Laat ik direct met de deur in huis vallen: als je bij de Costa Brava alleen denkt aan friet van Piet, overvolle stranden in Lloret de Mar en stapels dronken tieners, dan doe je deze regio echt tekort. Serieus. Ik kom er al twintig jaar, van kampeervakanties met mijn ouders in een vouwwagen tot roadtrips met de huurauto vorig jaar, en elke keer ontdek ik weer iets nieuws.
De naam zegt het eigenlijk al: Costa Brava betekent ‘Woeste Kust’. En dat is precies wat je krijgt als je de betonnen toeristenbunkers even negeert. Denk aan ruige kliffen waar pijnbomen zich krampachtig vastklampen aan de oranje rotsen, terwijl de Middellandse Zee er tientallen meters lager tegenaan beukt. Het is een regio van contrasten. Je kunt ’s ochtends door een middeleeuws dorp slenteren waar de tijd stilstaat, en ’s avonds aan de cocktail zitten in een bruisende badplaats. In deze gids neem ik je mee langs de plekken die er écht toe doen, en geef ik je de tips die je in de standaard folders vaak mist.
Van Blanes tot de Franse grens: Hoe zit de regio in elkaar?
De Costa Brava begint officieel bij Blanes (ongeveer een uurtje boven Barcelona) en loopt helemaal door tot aan Portbou bij de Franse grens. Veel mensen vergissen zich in de afstanden. Het is een flinke strook kustlijn van zo’n 200 kilometer. En geloof me, die rij je niet even snel op en neer, zeker niet in het hoogseizoen als de kustweg N-II volloopt.
Wat deze kust zo uniek maakt ten opzichte van bijvoorbeeld de Costa Blanca, is het gebrek aan kilometerslange zandstranden (met de Baai van Roses als uitzondering). Hier draait alles om de calas: intieme baaitjes verscholen tussen de rotsen.
De “Gouden Driehoek” voor het massatoerisme
Laten we eerlijk zijn: de meeste Nederlanders belanden in het zuidelijke stukje. Dat is ook helemaal prima, want de faciliteiten zijn er top.
- Blanes staat bekend als de ‘Poort van de Costa Brava’. Het is wat braver, rustiger en daardoor populairder bij gezinnen. De botanische tuin Marimurtra is overigens geen saaie plantenverzameling, maar een van de mooiste klifwandelingen die je kunt maken. Het uitzicht daar? Onbetaalbaar.
- Lloret de Mar hoeft weinig introductie. Ja, het nachtleven is intens. Maar als je de wijk Fenals opzoekt, zit je plotseling in een heel andere wereld. Veel rustiger, betere hotels en een strand waar je daadwerkelijk je handdoek kwijt kunt.
- Tossa de Mar is mijn persoonlijke favoriet in dit rijtje. Waarom? Vanwege Vila Vella. Dit is de enige ommuurde middeleeuwse stad die nog overeind staat aan de Catalaanse kust. Parkeren is er in augustus een absolute nachtmerrie (zet je auto gewoon buiten het centrum en loop een stukje, dat scheelt je veel zweetdruppels en krasjes), maar ronddwalen door die oude straatjes maakt alles goed.
De weg met de 365 bochten
Als je van autorijden houdt (of een maag van staal hebt), pak dan de GI-682 van Tossa de Mar naar Sant Feliu de Guíxols. Ze noemen dit de weg van het jaar, vanwege de vermeende 365 bochten. Het zijn er misschien iets minder, maar het uitzicht is bij elke bocht spectaculair. Onderweg kom je diverse ‘Miradors’ tegen. Stop daar. Stap uit. Adem de geur van zoute lucht en naaldbomen in. Dit is de echte woeste kust.
Het Noorden: Dalí, Witte Dorpjes en de Tramuntana
Zodra je voorbij Palamós bent, verandert de sfeer. Het wordt chiquer, authentieker en – laten we niet liegen – vaak ook iets duurder. Dit is het gebied van de ‘Empordà’.
Hier vind je middeleeuwse dorpjes zoals Pals en Peratallada. Die liggen niet aan zee, maar een paar kilometer landinwaarts. Als je door Peratallada loopt, verwacht je bijna dat er een ridder te paard de hoek om komt zetten. De stenen straten zijn zo gladgesleten door eeuwenoud voetverkeer dat je met slippers op moet passen dat je niet onderuit gaat.
De Dalí-driehoek
Je kunt Spanje eigenlijk niet verlaten zonder iets van Salvador Dalí mee te pakken. Hij heeft zijn stempel zwaar op deze regio gedrukt. Het Theater-Museum in Figueres is bizar en fantastisch tegelijk (die eieren op het dak!), maar als je de mens achter de kunst wilt zien, moet je naar Portlligat, vlakbij Cadaqués.
Cadaqués zelf is een verhaal apart. Het is een geïsoleerd vissersdorpje, helemaal in het noorden op het schiereiland Cap de Creus. De weg ernaartoe is een kronkelige bergpas. Eenmaal daar zie je alleen maar witgekalkte huizen, blauwe luiken en vissersbootjes. Let wel op: hier waait vaak de Tramuntana, een noordenwind die zo krachtig kan zijn dat men zegt dat de lokale bevolking er een beetje gek van wordt.
Kamperen: Een levensstijl op zich
Op Vakantieregios.nl schrijven we vaak over kamperen, en als er één plek in Europa is waar de ‘camping-cultuur’ tot kunst is verheven, is het hier wel. Vooral rondom Sant Pere Pescador vind je de ‘supercampings’.
Ik heb het over plekken als Las Dunas, La Ballena Alegre of El Delfín Verde. Dit zijn geen campings meer, dit zijn complete dorpen. Je hebt er bakkers, supermarkten, drie zwembaden en soms zelfs een kapper. Als je met tieners reist is dit ideaal, want ze vermaken zich de hele dag. Zoek je rust en stilte? Blijf hier dan ver vandaan en zoek een kleinschalige “camping rural” in het binnenland.
Een praktisch puntje voor de kampeerders: de grond is hier vaak keihard en rotsachtig. Vergeet die goedkope haringen van de Action, die sla je zo krom als een hoepel. Neem rotspennen mee en een degelijke hamer. Je zult me dankbaar zijn.
Stranden en Baaien: Waar moet je zijn?
Het kiezen van het juiste strand hangt compleet af van wat je zoekt. Ik verdeel ze altijd in twee categorieën: de “handdoekje-leggen-en-ijsje-halen” stranden en de “klauter-naar-beneden-voor-privacy” baaien.
Voor gezinnen is het strand bij L’Estartit lekker. Het is breed, het water wordt maar heel langzaam diep (fijn met kleintjes) en je kijkt uit op de Medes-eilanden. Dit is trouwens ook dé plek om te duiken of snorkelen. Het is een beschermd natuurgebied, dus je ziet daadwerkelijk vissen in plaats van alleen zand en lege blikjes.
Zoek je dat plaatje van de ansichtkaart? Probeer dan Cala Sa Tuna bij Begur of Cala Sa Boadella bij Lloret. Bij die laatste moet je wel even een stukje lopen door een bos, en hou er rekening mee dat een deel wordt gebruikt door naturisten. De regel aan de Costa Brava is simpel: hoe moeilijker het strand te bereiken is, hoe mooier het water.
Eten en Drinken: Meer dan Paella
Natuurlijk kun je overal paella eten (ook al komt die oorspronkelijk uit Valencia), maar de Catalanen hebben hun eigen trots. Als je op een terrasje zit in Palamós, bestel dan de Gambas de Palamós. Ze zijn knalrood, vrij prijzig, maar de smaak is zo intens dat je er geen saus bij nodig hebt.
Een ander lokaal gerecht om te proberen is Fideuà. Het lijkt op paella, maar dan gemaakt met korte, dunne noodles in plaats van rijst. Vaak geserveerd met een klodder allioli (knoflookmayonaise) waar je nog drie dagen plezier van hebt. Heerlijk.
En voor de lunch? Pa amb tomàquet. Het klinkt simpel: geroosterd brood ingewreven met verse tomaat, knoflook en olijfolie. Maar als de ingrediënten goed zijn, is er niets beters. Ik bestel het standaard bij elke maaltijd.
Praktische tips voor je reisplanning
Om je vakantie soepel te laten verlopen, hier nog wat observaties uit de praktijk die je wellicht niet in de standaard gidsen vindt.
- De treinverbinding is… bijzonder. De trein vanuit Barcelona rijdt strak langs de kust tot Blanes. Daarna buigt het spoor landinwaarts. Wil je naar Tossa, Platja d’Aro of Begur? Dan ben je aangewezen op de Sarpus bussen, of – veel beter – een huurauto. Zonder auto ben je in het noordelijke deel echt onthand.
- De AP-7 (de snelweg) is tegenwoordig tolvrij. Dat is goed nieuws voor de portemonnee, maar het betekent ook dat het er in het hoogseizoen drukker is dan voorheen. Vooral bij de grensovergang La Jonquera kan het vastlopen.
- Siësta is heilig, ook in toeristengebieden. Tussen 14:00 en 17:00 uur zijn de kleine winkeltjes in dorpen vaak dicht. Ga niet lopen mopperen dat alles gesloten is, maar doe zoals de Spanjaarden: ga uitgebreid lunchen. Dat is sowieso de belangrijkste maaltijd van de dag hier.
De Costa Brava is wat mij betreft een van de weinige regio’s in Europa waar je massatoerisme en authentieke cultuur zo dicht bij elkaar vindt. Je kunt de ene dag met je benen buitenboord hangen in een waterpark zoals Water World, en de volgende dag in complete stilte over de Camí de Ronda wandelen, het oude douanierspad dat langs de hele kustlijn slingert. Pak die wandelschoenen dus zeker in, want die uitzichten wil je niet missen.
