Laat ik maar meteen met de deur in huis vallen: Rhodos is, na al die jaren dat ik er kom, nog steeds een tikkeltje schizofreen. En dat bedoel ik op de best mogelijke manier. Aan de ene kant heb je de all-inclusive resorts waar je je polsbandje koestert als een heilig relikwie, en aan de andere kant heb je de ruige binnenlanden waar een oude Griekse yia-yia (oma) je boos aankijkt als je haar oprit blokkeert met je huurauto.
Veel mensen vragen me: “Is Rhodos niet veel te toeristisch?” Eerlijk? Ja, delen ervan wel. Als je in juli door de Ridderstraat in Rhodos-Stad loopt, struikel je over de selfie-sticks en Nederlanders die klagen over de hitte. Maar Griekenland zou Griekenland niet zijn als er geen verborgen parels waren zodra je maar even van de gebaande paden afwijkt. Rhodos is het eiland van Helios, de zonnegod, en met 300 dagen zon per jaar is dat geen marketingpraatje. Ik heb er weleens in oktober gezeten met 28 graden, terwijl het thuis regende dat het goot.
Stenen, Ridders en Verdwalen in de Oude Stad
Je kunt Rhodos niet bezoeken zonder Rhodos-Stad te zien. Het is simpelweg indrukwekkend. Het is een van de best bewaarde middeleeuwse steden van Europa, volledig ommuurd en UNESCO werelderfgoed. Maar hier is het ding: het is géén openluchtmuseum waar om 17:00 de lichten uitgaan. Mensen wonen hier. Ze hangen hun was buiten, ze ruziën, ze leven.
Het Paleis van de Grootmeesters is natuurlijk de trekpleister. Gigantisch, imposant en koel van binnen. Maar mijn advies? Laat die hoofdstraten (Sokratous straat, ik kijk naar jou) links liggen. Dat is één grote kermis van bontjassenwinkels en “traditionele” souvenirs die waarschijnlijk gewoon uit een fabriek komen.
Duik de zijsteegjes in. Hoe verder je van het centrale plein afdwaalt, hoe stiller het wordt. Plotseling sta je op een pleintje met een scheve boom en een minaret uit de Ottomaanse tijd die net boven de daken uitsteekt. Let wel op je schoeisel. De straten zijn geplaveid met kiezels (chochlakia). Prachtig om te zien, maar na twee uur op flipflops voelen je voeten alsof je een marathon hebt gelopen op lego.
Mandraki Haven: Herten en Windmolens
Buiten de stadsmuren ligt de Mandraki haven. Volgens de legende stond hier ooit de Kolossus van Rhodos, een gigantisch beeld waar schepen onderdoor voeren. Nu staan er twee hertenbeelden (Elafos en Elafina) op zuilen. Het is een leuke plek om even uit te waaien, want, geloof me, het waait hier altijd. Die windmolens op de pier staan er niet voor de show.
De Grote Tegenstelling: Oostkust vs. Westkust
Dit is cruciaal als je je vakantie boekt, en ik heb vaak genoeg mensen gesproken die dit ‘detail’ over het hoofd zagen en teleurgesteld waren. Rhodos heeft twee gezichten die compleet van elkaar verschillen.
De Westkust (Ialyssos, Ixia) is winderig. En dan bedoel ik niet een briesje, maar de stevige Meltemi-wind. De stranden zijn hier bijna allemaal kiezelstenen. Klinkt vreselijk? Helemaal niet, als je houdt van windsurfen of kitesurfen is dit het paradijs. Bovendien is het in hoogzomer heerlijk verkoelend. Maar voor zandkastelen bouwen met een peuter? Minder geslaagd.
De Oostkust is waar de meeste zonaanbidders neerstrijken. Hier is de zee kalm, zijn de stranden van zand (of fijn grind) en is de wind gaan liggen. Faliraki ligt hier ook. Vroeger was dat het Sodom en Gomorra van het Britse barleven, maar de laatste jaren is het, gelukkig, wat rustiger geworden. Er zijn nu zelfs chique 5-sterren hotels die proberen het imago wat op te krikken.
Stranden waar je wél wilt liggen
Vergeet het stadsstrand bij het casino van Rhodos-Stad (te druk) en huur die auto. Dit zijn de plekken waar ik zelf mijn handdoek neerleg:
- Anthony Quinn Bay is visueel waarschijnlijk de mooiste baai. Smaragdgroen water, rotsen, dennenbomen. Maar wees gewaarschuwd: het is klein. In augustus lig je hier letterlijk handdoek aan handdoek. Ga voor 09:30 uur of na 17:00 uur, dan is de magie er nog.
- Wil je gewoon zacht zand onder je voeten? Tsambika Beach. Geen hotels direct aan het strand, alleen wat strandtenten. Het water loopt heel langzaam af, dus ideaal als je niet direct de diepte in wilt.
- Helemaal in het zuiden vind je Prasonisi. Dit is een bizar natuurfenomeen. Een zandbank verbindt een schiereilandje met Rhodos. Aan de ene kant beukt de Egeïsche zee (golven!), aan de andere kant kabbelt de Middellandse zee (vlak). Het stikt er van de surfers en campers, en de sfeer is er heerlijk relaxed.
- Voor wie de drukte echt zat is: Glystra Beach. Een kleine inham vlakbij Lardos. Vaak rijd je er voorbij omdat het niet groots aangegeven staat, maar het water is er glashelder en het is er zelden hysterisch druk.
Lindos: Het Witte Dorpje
Op ongeveer 50 kilometer van de hoofdstad ligt Lindos. Als je ooit een ansichtkaart van Rhodos hebt gezien, was het waarschijnlijk Lindos. Witte blokhuisjes tegen een heuvel, met daarbovenop een akropolis. Het is bloedmooi, maar ook bloedheet.
Er is hier een dingetje waar ik me altijd aan stoor: de ezels die toeristen naar boven sjouwen. Doe het alsjeblieft niet. Die beesten staan de hele dag in de brandende zon zware mensen de trappen op te tillen. Lopen is prima te doen als je een fles water meeneemt en rustig aan doet. Eenmaal boven word je beloond met een uitzicht over de baai van St. Paul (die hartvormige baai) dat elke zweetdruppel waard is.
Het dorpje zelf is autovrij (logisch, de straatjes zijn twee meter breed), dus parkeren doe je bovenlangs de hoofdweg. Tip: ga ’s avonds in Lindos eten op een dakterras. Als de zon ondergaat en de akropolis wordt verlicht, is het sfeertje ongeëvenaard.
Het Binnenland: Wijn, Vlinders en Eten
Veel mensen komen hun resort niet uit, en dat is zonde. Het binnenland van Rhodos is bergachtiger en groener dan je zou denken.
De Vlindervallei (Petaloudes) is beroemd. In de zomermaanden zitten er duizenden Spaanse Vlag-vlinders. Is het toeristisch? Enorm. Bussen vol worden er gedropt. Is het mooi? Ja, het is een koele, groene vallei met beekjes. Mijn tip: ga zo vroeg mogelijk, als de bussen nog aan het ontbijt zitten.
Leuker vind ik zelf Embonas. Dit is hét wijndorp van Rhodos. Het ligt tegen de berg Attavyros aan. Je kunt hier bij lokale wijnboeren gratis proeven. En met proeven bedoelen ze in Griekenland niet een klein slokje, maar een half glas. De lokale wijn is vaak stevig, maar vol karakter. Probeer ook eens Souma, de lokale variant op Raki of Grappa. Sterk spul, goed voor de spijsvertering (zeggen ze).
Eten als een local
In de toeristencentra krijg je vaak de standaard “toeristen-moussaka” – voorgekookt en opgewarmd. Wil je echt Grieks eten? Let op waar de Grieken zitten. Dat is meestal niet op de plek met het mooiste uitzicht aan zee (daar betaal je voor de locatie), maar een straatje erachter of in een dorpje in het binnenland.
- Bestel ‘Mezedes’. Dat zijn allerlei kleine hapjes (gehaktballetjes, tarama, tzatziki, gebakken feta) die je deelt met de hele tafel. Veel gezelliger dan ieder zijn eigen bord.
- Pitaroudia is een specialiteit van Rhodos: gefrituurde kikkererwtenballetjes met kruiden. Verslavend lekker.
- Verwacht geen haast. Als je de rekening vraagt, kan het zomaar zijn dat ze eerst nog watermeloen of een toetje van het huis brengen. Ga niet zitten stressen, je bent in Griekenland. Siga siga (rustig aan) is het levensmotto.
Praktische Zaken voor je Vertrekt
Voordat je je koffer dichtritst, nog een paar dingen die ik door schade en schande heb geleerd:
Waterschoenen zijn geen overbodige luxe. Zelfs op zandstranden kunnen er bij de ingang van de zee stenen liggen, en zee-egels verstoppen zich graag tussen de rotsen. Ik heb ooit een halve middag in een kliniekje gezeten om stekels uit mijn voet te laten halen; dat wil je niet.
Huur een auto. Het openbaar vervoer (KTEL bussen) is op zich prima tussen Rhodos-Stad en Lindos, maar daarbuiten ben je afhankelijk van tijdschema’s die meer als “richtlijnen” worden gezien. Met een huurauto (kleine categorie is prima, een Fiat Panda komt overal) heb je de vrijheid om te stoppen bij dat ene leuke kapelletje of die verlaten baai.
Het water uit de kraan is veilig om te drinken, maar smaakt op sommige plekken nogal zout of naar chloor. Voor koffie en thee zou ik flessenwater gebruiken, tenzij je van een ziltig bakkie houdt.
Rhodos is meer dan alleen zon en zee. Het is een eiland met littekens uit het verleden, van Ridders tot Italianen, en een ziel die je pas voelt als je even stilstaat bij een klein kerkje in de bergen, de geur van dennennaalden opsnuift en je realiseert dat het leven hier zo gek nog niet is.
