Laten we eerlijk zijn: als je ‘Turkse Rivièra’ zegt, denkt de helft van Nederland direct aan gigantische all-inclusive resorts, armbandjes en rijen voor het buffet. En ja, dat bestaat. Ik heb zelf ook wel eens een week aan zo’n zwembad gelegen – niks mis mee als je gewoon even helemaal niets wilt. Maar het ding met deze regio is dat het imago de werkelijkheid tekortdoet. De Turkse zuidkust, oftewel de Turquoise Kust, is landschappelijk gezien een van de meest dramatische plekken van de Middellandse Zee. Bergen die recht uit het water oprijzen, dennenbossen die ruiken naar hars in de middagzon en een hoeveelheid antieke stenen waar Griekenland soms jaloers op kan zijn.
Tijdens mijn reizen voor Vakantieregios.nl heb ik geleerd dat je hier twee soorten vakanties kunt houden: de ene waarbij je je hotel niet uitkomt, en de andere waarbij je een auto huurt en ontdekt dat Kas en Kalkan totaal andere werelden zijn dan Alanya. Dit stuk is geschreven voor diegenen die wat meer willen dan alleen de ‘gratis’ cocktails.
Het landschap: Waar het Taurusgebergte natte voeten krijgt
Wat deze regio anders maakt dan bijvoorbeeld de Spaanse Costa’s, is het Taurusgebergte. Dat schermt de kust af van het binnenland en zorgt voor een microklimaat. In plaatsen als Kemer zie je dit het beste: de bergen zijn daar zo steil dat je ’s ochtends in de sneeuw kunt staan op de Tahtali-berg (je gaat met een kabelbaan omhoog naar 2365 meter) en ’s middags duik je de zee in.
Het water is hier écht bizar helder. Dat komt door de kiezelstranden. Veel mensen klagen over kiezels – “doet pijn aan je voeten” – en kopen van die oncharmante waterschoenen. Mijn advies: koop die schoenen gewoon. Want zandstranden (zoals bij Side of het Cleopatra-strand in Alanya) zijn fijn, maar maken het water troebel. Bij de rotskusten van de Rivièra zie je op tien meter diepte nog steeds de vissen zwemmen.
De Grote Drie: Antalya, Side en Alanya
De meeste vliegtuigen landen in Antalya. Veel toeristen stappen direct de transferbus in naar hun resort in Lara of Belek, maar Antalya-stad zelf is eigenlijk een van de leukste steden van Turkije.
Antalya en Kaleiçi
Kaleiçi is het oude centrum. Loop je daar door Hadrian’s Gate (ja, die Romeinse keizer was hier ook), dan ben je ineens de moderne chaos kwijt. Het is een doolhof van Ottomaanse huizen met houten balkons, smalle straatjes en overal verkopers die je tapijten of ‘echte’ horloges willen verkopen. Trap niet in de eerste de beste prijs, onderhandelen is hier topsport. Een persoonlijke favoriet hier is de oude haven. Ga daar ’s avonds zitten bij een van de visrestaurants. Het is toeristisch, zeker, maar het uitzicht op de kliffen en de zee maakt veel goed.
Side: Geschiedenis onder je handdoek
Side is raar. Op een goede manier. Het is een moderne badplaats die letterlijk bovenop een antieke stad is gebouwd. Je loopt tussen de souvenirwinkels met nep-Gucci tassen en ineens sta je voor een Romeinse tempel van Apollo. De grote trekpleister is het amfitheater. In tegenstelling tot veel andere theaters is dit vrijstaand gebouwd (niet tegen een heuvel), wat bouwtechnisch best een dingetje was in die tijd. Als je hier rondloopt in de hitte van juli, neem water mee. Veel water. De stenen houden de warmte vast en het kan er aanvoelen als een oven.
Alanya
Alanya ligt een stuk oostelijker en is, laat ik het netjes zeggen, intens. Het is de plek voor het nachtleven, de feesten en de drukke stranden. Het kasteel op de berg verdeelt de stad in tweeën. Het uitzicht vanaf daar is iconisch, maar de weg ernaartoe kan in het hoogseizoen vastlopen met taxi’s en bussen.
Voor de kenners: Kas en Kalkan
Als iemand mij vraagt: “Ik wil naar Turkije, maar ik houd niet van massatoerisme”, dan stuur ik ze naar het westelijke puntje van de Rivièra. Kas en Kalkan hebben een compleet andere vibe.
- In Kas vind je geen gigantische betonblokken. Het is een voormalig vissersdorp dat zijn charme heeft behouden, ondanks de populariteit. Het publiek is hier wat alternatiever; je ziet veel duikers en backpackers. Het eten is er vaak authentieker dan in de grote resorts.
- Kalkan is wat chiquer. Het is gebouwd tegen een steile heuvel (goede kuiten zijn een vereiste) en staat vol met witgekalkte huizen. Veel Britten hebben hier vakantiehuizen, wat de sfeer beïnvloedt – je vindt hier makkelijker een Full English Breakfast dan elders, maar de kwaliteit van de restaurants is over het algemeen zeer hoog.
- De weg tussen deze twee plaatsen, de D400, is een van de mooiste autoroutes die ik ken. Links zie je niets anders dan azuurblauw water, rechts de rotswanden. Let wel op: Turken rijden… assertief. Inhalen in bochten is hier eerder regel dan uitzondering.
Wat je (waarschijnlijk) niet wist over de regio
Je struikelt hier letterlijk over de geschiedenis. Iedereen kent Efeze (dat ligt verderop aan de Egeïsche kust), maar de Rivièra heeft parels die minder platgelopen zijn.
Termessos is voor de avonturiers. Het wordt het ‘Machu Picchu van Turkije’ genoemd en dat is niet eens zo’n gekke vergelijking. Het ligt hoog in de bergen, is nauwelijks gerestaureerd en je moet een flink stuk klauteren om er te komen. Alexander de Grote probeerde deze stad in te nemen en faalde. Als je er bent, snap je waarom. Het uitzicht over de vallei vanaf het theater is stilmakend. Geen busladingen Chinezen of Amerikanen hier; vaak ben je er bijna alleen.
De Lycische Weg. Voor de wandelaars onder ons: de Lycian Way is een 540 kilometer lang wandelpad van Fethiye naar Antalya. Je hoeft hem niet helemaal te lopen, maar een dagetappe doen is een aanrader. Het pad is gemarkeerd met rood-witte strepen op stenen en bomen. Het leidt je langs plekken waar geen auto kan komen.
Eten en Drinen: Verder dan de döner
Het all-inclusive buffet is makkelijk, maar alsjeblieft, ga minstens een paar keer buiten de deur eten. De Turkse keuken is zoveel verfijnder dan wij vaak denken in Nederland.
- Bestel eens Meze als hoofdgerecht. Laat de tafel volzetten met kleine bordjes: haydari (yoghurt met kruiden), acili ezme (pittige tomatensalsa), gegrilde aubergine en inktvis. Brood erbij en je hebt de beste maaltijd van je vakantie.
- Probeer Gözleme bij een kraampje langs de weg. Het zijn een soort hartige pannenkoeken die op een bolle plaat worden gebakken door Turkse dames die dit al vijftig jaar doen. Met spinazie en kaas is mijn favoriet. Kost bijna niks, smaakt nergens beter.
- Drink er een glas Çay (thee) bij. Je komt er niet onderuit; overal waar je komt, krijg je thee aangeboden. Het weigeren wordt soms als onbeleefd gezien, maar meestal is het gewoon een teken van gastvrijheid.
Praktische tips voor vertrek
Ik heb het al een paar keer zien misgaan bij reizigers die niet goed voorbereid waren, dus hier wat realistische adviezen voor als je die kant op gaat.
- Augustus is echt bloedheet. We hebben het over temperaturen die makkelijk de 40 graden aantikken. Als je slecht tegen hitte kunt of met kleine kinderen reist, zijn mei, juni of september en oktober veel aangenamer. De zee is in oktober trouwens nog heerlijk warm.
- Betalen doe je met Lira’s. In toeristische winkels staan prijzen vaak in Euro’s, maar je betaalt meestal een slechtere wisselkoers. Pinnen is overal mogelijk, maar kies op de betaalautomaat altijd voor “withdrawal in Lira” en laat je eigen bank de koers bepalen, niet de Turkse bank. Dat scheelt je zo 10%.
- Neem een Dolmus. Deze kleine busjes rijden overal. Er zijn geen vaste tijden, ze vertrekken als ze vol zijn (of bijna vol). Je roept gewoon bestemming naar de chauffeur of steekt je hand op langs de weg. Goedkoop en een culturele ervaring op zich.
- Visums zijn afgeschaft voor Nederlanders (check dit altijd nog even voor vertrek, regels veranderen), dus dat scheelt weer gedoe op het vliegveld.
De Turkse Rivièra is wat mij betreft een regio van contrasten. Je kunt er de goedkoopste zonvakantie van je leven hebben, maar ook een culturele rondreis maken die diepe indruk maakt. Het is maar net welke afslag je neemt vanaf de hoofdweg.
