Als er één land is dat de afgelopen twintig jaar een totale gedaanteverwisseling heeft ondergaan in de perceptie van de Nederlandse vakantieganger, dan is het Kroatië wel. Vroeger was het die goedkope bestemming net na de oorlog, waar je voor een paar gulden (en later euro’s) kon eten en waar de campings nog, laten we zeggen, ‘basic’ waren. Die tijd is voorbij. Kroatië is hot, letterlijk en figuurlijk, en heeft zich ontwikkeld tot misschien wel de meest veelzijdige kustbestemming van Europa.
Ik kom er nu zo’n vijftien jaar, soms met de camper, soms vliegend op Split of Zadar, en elke keer als ik die grens oversteek en de eerste glimp van de Adriatische mee opvang, gebeurt er iets. Dat water. Het is nergens zo helder als hier. Griekenland komt in de buurt, maar de rotsachtige kustlijn van Kroatië zorgt voor een zichtbaarheid onder water waardoor je metersdiep elke steen ziet liggen. Maar goed, je bent hier niet om te lezen hoe blauw het water is, je wilt weten waar je moet zijn. Want kiezen tussen Istrië, Dalmatië of het binnenland is best een opgave als je niet weet wat je te wachten staat.
Istrië: Het “Net-niet-Italië” (en dat is een compliment)
Voor veel Nederlanders stopt de reis in Istrië. Logisch, want het is aan te rijden. Vanuit Utrecht trap je hem in en na zo’n 1350 kilometer sta je aan de kust. Veel landgenoten doen dit in één ruk of met een korte overnachting in Oostenrijk. Istrië voelt als een soort gecondenseerde versie van de Middellandse Zee. Het heeft de Italiaanse flair – het was natuurlijk lange tijd Venetiaans grondgebied – maar dan met een Slavische tint.
De westkust is waar de actie is. Plaatsen als Poreč en Rovinj barsten in juli en augustus uit hun voegen, maar met een reden. Rovinj is, als je de toeristen even wegdenkt, misschien wel het meest fotogenieke stadje van de hele Adriatische kust. Die kerk van St. Euphemia die bovenop de heuvel balanceert, de smalle, gladde straatjes (kijk uit met slippers als het geregend heeft, spekglad!) en de huizen die direct uit de zee lijken op te rijzen; het klopt gewoon.
Maar ik wil je eigenlijk een andere kant van Istrië aanraden: het binnenland. Het ‘Istrische Toscane’.
- Rijd eens naar Motovun of Grožnjan. Deze vestingstadjes liggen bovenop heuvels in het binnenland. Het uitzicht over de wijngaarden en bossen is waanzinnig, en hier proef je de beroemde truffels.
- Over truffels gesproken: in de Mirna-vallei zoeken ze met honden naar zowel zwarte als de exclusieve witte truffel. In restaurants betaal je hier de hoofdprijs voor, maar langs de weg koop je potjes truffelspread (tartufata) voor thuis. Let wel op het percentage truffel; vaak zit er vooral champignons en olijfolie in.
- De oostkust van Istrië is veel ruiger en rustiger dan de westkant. Rondom Labin en Rabac vind je baaien waar je niet handdoek-aan-handdoek ligt, zelfs niet in het hoogseizoen.
Dalmatië: Het echte werk
Als je de tijd hebt, rijd dan door. Voorbij Rijeka begint het pas echt. Dalmatië is ruiger, dramatischer en, naar mijn bescheiden mening, indrukwekkender dan Istrië. Het Velebit-gebergte duikt hier loodrecht de zee in. De Jadranska Magistrala (de kustweg D8) is een van de mooiste autoroutes van Europa. Vroeger was het een dodenweg door het roekeloze inhaalgedrag, tegenwoordig is het asfalt beter en liggen er meer snelwegen parallel in het binnenland, waardoor de kustweg vooral een mooie toeristische route is geworden.
Zadar en de Zee
Zadar is de eerste grote stop in Noord-Dalmatië. Het heeft iets wat geen enkele andere stad heeft: een zeeorgel. De architect Nikola Bašić heeft buizen en fluiten in de boulevardkade verwerkt. De golven duwen lucht door die buizen en creëren een soort walvisachtig geluid. Het klinkt zweverig, maar ga er bij zonsondergang zitten (Alfred Hitchcock noemde de zonsondergang in Zadar ooit de mooiste ter wereld) en je snapt wat ik bedoel.
Split: Wonen in een paleis
Verder naar het zuiden ligt Split. Dit is geen doorsnee museumstad. Het hart van de stad ís het paleis van de Romeinse keizer Diocletianus. En het gekke is: er wonen gewoon mensen in. Je drinkt je koffie letterlijk tussen de Romeinse zuilen terwijl de was boven je hoofd hangt te drogen. Het is levendig, chaotisch en fantastisch. Vanuit Split pakken de meeste mensen de veerboot naar de eilanden, waarover zo meer.
Dubrovnik: Prachtig maar pijnlijk druk
Helemaal in het zuiden ligt de ‘Parel van de Adriatische Zee’. Eerlijk is eerlijk: Dubrovnik is slachtoffer geworden van zijn eigen succes (en Game of Thrones). In september liep ik eens over de oude stadsmuren en moest ik in de rij staan om een trap af te kunnen. Het is ontegenzeggelijk mooi, dat marmeren plaveisel in de Stradun straat, maar mijn advies? Ga héél vroeg in de ochtend, rond 07:00 uur, of juist laat in de avond als de cruiseschepen vertrokken zijn. Overdag is het er in het hoogseizoen bijna niet te doen door de hitte en de drommen mensen.
De eilanden: Waar vind je nog rust?
Kroatië heeft meer dan duizend eilanden. De meeste toeristen blijven hangen op Krk (want: brugverbinding, dus makkelijk) of Pag (het feesteiland met Zrće Beach). Maar de echte magie vind je in Centraal-Dalmatië.
Je hebt Hvar, bekend als het jetset-eiland. Uistekende hotels, belachelijk dure cocktails in de havenstad Hvar, en jachten zo groot als flatgebouwen. Maar rijd je de tunnel door naar de zuidkant van het eiland, naar plaatsjes als Zavala of Ivan Dolac, dan kom je in een oase van rust terecht met de geur van rozemarijn en pijnbomen.
Brač is beroemd om Zlatni Rat (de Gouden Hoorn) bij Bol. Op elke folder zie je dit strand dat van vorm verandert door de stroming. Is het de moeite waard? Mwah. Het is een kiezelstrand (geen zand, wat veel mensen vergeten!) en het ligt bomvol. Het binnenland van Brač is echter prachtig, vol met olijfgaarden en steengroeves waar het witte steen voor het Witte Huis in Washington vandaan komt.
Mijn persoonlijke favoriet is Vis. Dit eiland was tot 1989 een militaire basis en verboden voor buitenlanders. Daardoor heeft het toerisme zich er veel langzamer ontwikkeld. Geen massahotels, maar kleine baaien (zoals Stiniva, al is dat inmiddels ook ontdekt door Instagram) en een super relaxte sfeer. Je moet er wel tweeënhalf uur voor op de veerboot zitten vanuit Split.
Watervallen: Plitvice vs. Krka
Je kunt geen Kroatië-artikel schrijven zonder de watervallen te noemen. Dit is vaak het enige uitstapje dat strandgangers naar het binnenland maken. Er is altijd die eeuwige discussie: moet ik naar Plitvice meren of naar Krka Nationaal Park?
- Plitvice Meren: Dit is de onbetwiste koning. Zestien meren die in elkaar overlopen via honderden watervallen. De kleur van het water is bizar turquoise. Het park is gigantisch. Je loopt over houten vlonders. Reality check: Je mag hier absoluut niet zwemmen. Vroeger wel, nu niet meer. En in augustus loop je in polonaise over die smalle vlonders. Wil je de magie voelen? Bezoek het park in de herfst (prachtige kleuren) of sta om 07:00 uur aan de poort bij Ingang 1.
- Krka Nationaal Park: Ligt dichter bij de kust (vlakbij Šibenik), wat het makkelijker maakt als dagtrip vanuit Dalmatië. Vroeger was hét grote voordeel dat je bij de Skradinski Buk waterval mocht zwemmen. Let op: sinds 2021 is zwemmen bij de Skradinski Buk verboden om het ecosysteem te beschermen. Veel oude reisgidsen zeggen van wel, maar je komt bedrogen uit als je met je zwembroek klaarstaat. Krka is compacter dan Plitvice, maar nog steeds waanzinnig mooi.
Praktische tips die je reis redden
Kroatië is geen ingewikkeld land om te bereizen, maar er zijn een paar dingen die net even anders gaan dan in Frankrijk of Spanje. Ik heb genoeg mensen zien stuntelen om je deze tips mee te geven.
De ondergrond: Kiezels en Zee-egels
Vergeet de lange zandstranden van de Costa Brava. In Kroatië heb je rotsen, betonplaten of kiezels. Dat klinkt hard, maar het voordeel is dat je geen zand tussen je broodje kaas krijgt en het water dus zo helder blijft. Essentieelitem in je koffer: waterschoenen. Niet alleen omdat kiezels pijnlijk zijn aan je voeten, maar vooral vanwege de zee-egels. Die zitten er massaal. Ze zijn een teken van schoon water, maar als je erin trapt, is je vakantie pret wel even voorbij. Koop ze in Nederland of bij het eerste de beste kraampje ter plekke.
Geldzaken: Dag Kuna, Hallo Euro
Tot voor kort moest je altijd rekenen met de wisselkoers van de Kuna (ongeveer 7,5 keer een euro). Sinds 1 januari 2023 heeft Kroatië de Euro. Dat maakt betalen makkelijker, maar het heeft de prijzen wel zichtbaar opgedreven. Een kop koffie op de Stradun in Dubrovnik kost je makkelijk 6 tot 8 euro. In de dorpen in het binnenland of op de minder bekende eilanden betaal je echter nog steeds redelijke prijzen. Pinnen kan bijna overal, maar zorg voor wat contant geld (kleine coupures) als je bij particulieren een kamer huurt (‘Sobe’) of op de markt groente koopt.
FKK en Textiel
Kroatië is, samen met Duitsland, de bakermat van het naturisme (FKK, Freikörperkultur). Koversada in Istrië was de eerste commerciële naturistencamping van Europa. Schrik dus niet als je op een afgelegen stukje strand in een baai ineens naakte mensen ziet zonnen, of als er op de campingborden een duidelijk onderscheid wordt gemaakt tussen ‘Textiel’ en ‘FKK’. Het wordt over het algemeen heel natuurlijk mee omgegaan.
Het oordeel
Kroatië is niet meer de budgetbestemming van twintig jaar terug. Je betaalt voor de kwaliteit die je krijgt. De wegen zijn strak, de marina’s hypermodern en de horeca is professioneel. Maar de charme zit hem nog steeds in die kleine momenten: een verse vis die van de grill komt, de geur van naaldbomen in de brandende zon en het geluid van krekels dat zo hard is dat je elkaar bijna niet verstaat. Of je nu kiest voor de groene heuvels van Istrië of de ruige eilanden van Dalmatië, neem vooral de tijd. De kust is lang, en haast is het laatste wat je hier moet hebben.
