Eerlijk is eerlijk: toen ik voor het eerst voet aan wal zette op Kos, dacht ik dat ik in een soort Griekse provincie van Nederland was beland. Overal zag ik fietsen. Geen zwoegende wielrenners in strakke pakjes die de Mont Ventoux imiteren, maar gewoon vakantiegangers op stadsfietsen met een mandje voorop. Het is een beetje een cliché, maar het bepaalt wel direct de sfeer. Kos is vlak (althans, het deel waar de meeste mensen komen), ontzettend toegankelijk en voelt direct vertrouwd aan.
Maar doe het eiland tekort als je het alleen als ‘het fietseiland’ bestempelt. Ik heb er heerlijk gegeten in achterafstraatjes van Kos-Stad, me verbaasd over de zwavellucht bij de thermen (daarover later meer, want dat is een ervaring op zich) en de zon zien zakken vanaf de bergdorpjes. Het is een van de weinige plekken in de Dodekanesos waar je ’s ochtends tussen eeuwenoude Griekse zuilen loopt en ’s middags op een strandbedje ligt met uitzicht op de kustlijn van Turkije aan de overkant. Het ligt namelijk zó dichtbij dat je de huizen in Bodrum bijna kunt tellen.
Kos-Stad: Meer dan alleen de haven
De meeste mensen beginnen hun trip in Kos-Stad, en terecht. Het is een vreemde, fascinerende mix van Italiaanse architectuur, Ottomaanse moskeeën en klassieke Griekse oudheid. Dat klinkt als een chaos, en dat is het soms ook, maar wel een gezellige.
Wat je meteen opvalt als je door de stad loopt, is hoeveel groen er is. En dan heb ik het natuurlijk over de beroemde Plataan van Hippocrates. De legende wil dat Hippocrates hier zijn leerlingen lesgaf. Even een reality-check: de huidige boom is zo’n 500 jaar oud, dus Hippocrates heeft deze specifieke boom nooit gezien. Maar dat maakt het niet minder indrukwekkend. Het ding is enorm, wordt overeind gehouden door metalen steigers en als je eronder staat, voel je toch een beetje die zwaarte van de geschiedenis.
Vlak naast de boom vind je de ingang naar het kasteel, de Neratzia burcht. Als je van ruwe stenen en uitzichten houdt, is dit je plek.
- Loop er niet op het heetst van de dag heen. De stenen houden de warmte vast en er is weinig schaduw.
- Let op de verschillende soorten metselwerk; je ziet letterlijk waar de Johannieters oude Griekse zuilen hebben hergebruikt in de muren. Recycling avant la lettre.
- Het uitzicht over de haven is de klim waard, zeker als er net zo’n gigantisch cruiseschip binnenvaart dat de vissersbootjes doet lijken op speelgoed.
’s Avonds verandert de stad compleet. De ‘Bar Street’ is berucht, en als je 18 bent is het het paradijs. Ben je wat ouder of zoek je gewoon rust? Blijf dan wat meer richting de oude stad of de promenade verder van het centrum. Ik heb zelf geweldig gegeten bij de kleinere tavernes in de zijstraten rondom het Eleftherias plein. Bestel geen moussaka omdat het “moet”, maar vraag wat ze die dag vers hebben. Vaak krijg je dan iets simpelers, zoals gevulde courgettebloemen of verse inktvis, maar dan wel tien keer lekkerder.
Fietsen: De Hollandse connectie
Je kunt er niet omheen. Fietsen op Kos is écht een ding. Waar je op eilanden als Kreta of Corfu je leven niet zeker bent op een tweewieler, liggen hier in het noorden prima fietspaden. Vanuit Kos-Stad fiets je zo naar Psalidi (oost) of Lambi en Tigaki (west).
Het huren van een fiets kost je de kop niet. Voor pakweg 5 tot 8 euro per dag heb je een prima stadsfiets met versnellingen. En geloof me, die versnellingen heb je nauwelijks nodig tenzij je de wind tegen hebt.
- De route naar Tigaki is populair. Het is ongeveer 10 tot 12 kilometer, grotendeels vlak. Je fietst langs de kust en door wat meer landelijk gebied.
- Pas op in het centrum van Kos-Stad zelf. De fietspaden houden soms ineens op of worden geblokkeerd door een geparkeerde scooter of een lading toeristen. Goed uitkijken blijft het devies.
- Wil je naar Zia of de bergen in? Huur dan geen stadsfiets. Echt niet doen. Daar heb je een e-bike of een stevige mountainbike voor nodig, want de hellingen zijn niet mals.
Stranden: Zand, kiezels en bubbels
Niet elk strand op Kos is hetzelfde. Dit is belangrijk om te weten, want niets is vervelender dan je verheugen op zandkastelen bouwen en aankomen op een strand met grote kiezels waar je waterschoenen voor nodig hebt.
Tigaki en Marmari
Hier moet je zijn voor het zand. Tigaki heeft een lang, breed zandstrand dat heel langzaam afloopt in zee. Ideaal als je kinderen hebt of als je, zoals ik, gewoon lui bent en niet meteen kopje onder wilt gaan. Het water is er vaak kristalhelder, al kan het in de namiddag wel wat harder waaien.
Agios Stefanos
Dit is waarschijnlijk de meest gefotografeerde plek van het eiland. Je ligt op het strand en kijkt uit op het eilandje Kastri met dat typische blauw-witte kerkje. Maar nog toffer: vlak achter je op het strand liggen de ruïnes van twee vroegchristelijke basilieken. Je zwemt hier letterlijk tussen de geschiedenis. Het kan er wel druk worden, dus ga vroeg.
Paradise Beach (Bubble Beach)
De naam “Paradise Beach” is pure marketing, want het ligt er bomvol met ligbedjes. Maar het fenomeen “Bubble Beach” is wel grappig. Door vulkanische activiteit komen er gasbellen uit de zeebodem omhoog. Als je een stukje de zee in zwemt, voel je het bruisen rond je voeten. Het is geen jacuzzi, maar wel een unieke ervaring.
Embros Thermen
Over vulkanische activiteit gesproken: de Embros Thermen zijn een must-see, maar wees voorbereid. Het is een natuurlijke warmwaterbron die zo de zee in stroomt, afgezet met stenen. Het water is er heerlijk heet, rond de 40 graden. Maar: het stinkt er naar rotte eieren (zwavel). Na tien minuten ruik je het niet meer, maar je zwemkleding kan er nog dagen naar ruiken. Ik zou niet je nieuwste, dure bikini of zwembroek aantrekken. O, en het is een kiezelstrand, dus die waterschoenen zijn hier geen overbodige luxe.
Cultuur snuiven: Het Asklepieion
Als je maar één historische plek bezoekt buiten de stad, laat het dan het Asklepieion zijn. Dit was in de oudheid een van de belangrijkste ziekenhuizen (eigenlijk meer een kuuroord) ter wereld. Hippocrates richtte hier zijn school op.
Het complex is gebouwd op drie terrassen tegen een heuvel aan. Dat betekent: trappen lopen. Veel trappen. Maar hoe hoger je komt, hoe indrukwekkender het wordt. Niet alleen de overblijfselen van de tempels zijn mooi, maar het uitzicht over Kos en de zee richting Turkije is waanzinnig.
Ik raad je aan om vroeg in de ochtend te gaan. Om een uur of 10.00 in juli is het hier snikheet en er is op de bovenste terrassen weinig schaduw. Er rijdt een toeristentreintje vanuit de stad hierheen, wat een prima optie is als je geen zin hebt om te fietsen (want ja, het gaat bergop).
De zonsondergang in Zia: Toeristisch of niet?
Iedere reisgids zal je vertellen dat je naar het bergdorpje Zia moet voor de zonsondergang. Is het een toeristenval? Ja, absoluut. De bussen rijden af en aan, en elke souvenirwinkel verkoopt dezelfde flesjes olijfolie en kruidenmixen. De prijzen in de restaurants liggen ook net even wat hoger dan in de dorpen beneden.
En toch… toch moet je het een keer doen. Het uitzicht vanaf de berg Dikeos over het hele eiland terwijl de zon in de zee zakt, is gewoon magisch. Daar kan geen cynisme tegenop. Mijn tip: reserveer vooraf een tafeltje bij een van de tavernes aan de rand van het dorp, zodat je zeker bent van dat uitzicht op de eerste rang. Als je op de bonnefooi gaat, eindig je vaak binnen of op een plek waar je net tegen de rug van een andere toerist aankijkt.
Wil je de drukte een beetje vermijden? Ga dan in de middag, wandel een stukje de berg op voor de natuur, en vertrek weer nét voordat de grote bussen met avondgasten komen. Of accepteer de drukte gewoon, bestel een glas lokale wijn en geniet van de show.
Praktische zaken voor je vertrekt
Kos is makkelijk, maar een paar dingen zijn handig om te weten. Het seizoen loopt grofweg van mei tot oktober.
- In juli en augustus kan de Meltemi wind flink waaien. Dat is aan de ene kant lekker verkoelend (je zweet je niet kapot), maar aan de noordkust kan de zee daardoor wel ruw zijn. Let op de vlaggen bij de strandwacht.
- Muggen kunnen in de zomermaanden echt een plaag zijn, vooral als er weinig wind staat in de avond. Neem goede spray mee of koop lokaal iets bij de apotheek (dat werkt vaak beter).
- Water uit de kraan is op veel plekken veilig, maar smaakt vaak wat zoutig of chloorachtig. Flessenwater is de standaard voor de meeste toeristen.
Kos is zo’n bestemming waar je makkelijk twee weken kunt vullen, maar waar je na een week ook al het gevoel hebt dat je alles gezien hebt en helemaal tot rust bent gekomen. Het is die combinatie van Hollandse fiets-gezelligheid en Griekse gastvrijheid die het voor mij een plek maakt waar je stiekem toch wel weer naar terug wilt.
