Vakantie Frankrijk: Van de Provence tot Normandië

Iedereen heeft wel een beeld bij Frankrijk. Voor de één is het die eerste hap in een verse croissant bij een bakker in een slaperig dorpje, voor de ander is het de eeuwige file op de Autoroute du Soleil tijdens Zwarte Zaterdag. Eerlijk is eerlijk: Frankrijk is voor ons Nederlanders vaak de ‘default’ vakantiebestemming, en dat is niet zonder reden. Na jarenlang kriskras door dit land gereden te hebben – van de winderige kliffen in Normandië tot de lavendelvelden in de Provence die je al ruikt voordat je ze ziet – durf ik wel te zeggen dat ik een haat-liefdeverhouding met la douce France heb ontwikkeld. Maar wel eentje waarbij de liefde altijd wint.

Het gekke aan Frankrijk is dat je denkt dat je het kent, tot je een regio pakt waar je nog nooit geweest bent en je ineens in een compleet ander land waant. De ruige kustlijn van Bretagne heeft werkelijk niets te maken met de mondaine boulevards van Nice. En als je denkt dat je met Engels overal wel wegkomt tegenwoordig… nou, succes in de binnenlanden van de Auvergne. Laten we eens kijken wat dit land nou écht te bieden heeft, voorbij de standaard reisgidsenpraatjes.

Het Noorden: Meer dan alleen D-Day stranden

Vaak scheuren we door Noord-Frankrijk heen. Gas erop, richting de zon. Zonde eigenlijk. Normandië en Bretagne zijn misschien niet zonzeker (neem een regenjas mee, serieus, doe het nou maar), maar ze hebben een sfeer die je in het zuiden niet vindt.

Ik herinner me een trip naar Étretat. Je ziet die foto’s van de kliffen op Instagram en denkt: “Mooi.” Maar als je daar bovenop staat, met de wind die bijna je telefoon uit je handen slaat en het geluid van de golven die honderd meter lager op de kiezels beuken, dan voel je het pas. Het is rauw.

Normandië is natuurlijk onlosmakelijk verbonden met de Tweede Wereldoorlog. Omaha Beach is indrukwekkend, maar probeer Pointe du Hoc eens. Daar zie je de bomkraters nog in het landschap alsof het gisteren gebeurd is. Het geeft kippenvel, elke keer weer.

  • Bezoek je Mont Saint-Michel? Ga voor 9 uur ’s ochtends of na 6 uur ’s avonds. Tussen die tijden is het er zo druk dat je alleen maar rugzakken van andere toeristen ziet in plaats van de abdij.
  • De ciderroute is een aanrader als je van appels houdt (en alcohol). Het smaakt hier totaal anders dan die zoete troep uit de supermarkt thuis; veel droger en wranger.
  • Vergeet de snelle hap. In dorpen als Honfleur moet je gewoon de tijd nemen voor een plateau de fruits de mer. Wijn erbij, zitten, en twee uur lang niet op je horloge kijken.

Dordogne en de Lot: Waarom wij Nederlanders er nooit weggaan

Er is een grap dat je in de zomer in de Dordogne geen Frans meer hoort, alleen maar Nederlands. En ja, dat klopt wel een beetje. Maar waarom gaan we er allemaal heen? Omdat het simpelweg het perfecte plaatje is van het Franse platteland. Kastelen die boven rivieren uit torenen, middeleeuwse stadjes zoals Sarlat waar de tijd echt lijkt stil te staan (behalve op marktdagen, dan is het ellebogenwerk), en die typische gele zandsteen.

De rivieren de Dordogne en de Vézère zijn perfect voor kanoën. Maar let op: in het hoogseizoen is het soms filevaren. Mijn tip? Ga naar de Lot of de Tarn. Iets ruiger, iets minder druk, en het water is net zo verfrissend. Ik heb ooit met een camper door de Lot-vallei gereden, langs Saint-Cirq-Lapopie. Dat dorp hangt letterlijk aan een klif. Je vraagt je af hoe ze dat in de 13e eeuw gebouwd hebben zonder dat de boel naar beneden stortte.

De bergen in: Alpen en Pyreneeën

Voor de actieve vakantieganger is er geen betere plek. In de winter is het skiën, maar ik vind de Alpen in de zomer misschien wel mooier. Alles is groen, de koeien met bellen lopen los (hoor je dat geluid, dat gepingel? Dat is voor mij ultieme rust), en de temperaturen zijn aangenaam in plaats van die bakoven aan de kust.

Chamonix is een klassieker, maar ook duur en druk. Kijk eens naar de Queyras, tegen de Italiaanse grens aan. Veel ongerepter. Je komt hier nog boeren tegen die hun kaas direct vanuit de schuur verkopen. Een halve kilo Beaufort of Tomme de Savoie kopen voor een fractie van de prijs thuis, stokbrood erbij, ergens in een weide gaan zitten… beter wordt het leven niet.

Provence en de Côte d’Azur: De geur, de glamour en de chaos

Zodra je ten zuiden van Lyon komt, verandert het licht. Het wordt feller, witter. En de begroeiing verandert. Je ziet de cipressen, je ruikt de dennennaalden en, als je geluk hebt (of pech, want ze maken een pokkeherrie), hoor je de krekels.

De Provence is iconisch. Gordes, Roussillon met zijn okergroeven… het is prachtig. Maar het is ook slachtoffer van zijn eigen succes. In juli en augustus sta je in de file voor de mooiste dorpjes.

Wil je naar de Gorges du Verdon? Doe het. Het is de Grand Canyon van Europa. Maar huur dat waterfietsje direct om 9 uur ’s ochtends. Als je om 11 uur komt, zijn ze op en sta je in de brandende zon te wachten. Ik heb mensen ruzie zien maken om een waterfiets – dat wil je niet op je vakantie.

De kustlijn

De Côte d’Azur is een wereld apart. Saint-Tropez en Cannes zijn leuk om een keer te zien (“auto’s kijken” is hier een legitieme hobby), maar voor je portemonnee is het schrikken. Een cola op een terras voor 8 euro is geen uitzondering.

Als je iets rustigers zoekt, kijk dan naar de kust tussen Marseille en de Spaanse grens, richting Montpellier en Narbonne. Dat is rauwer, ‘gewoner’. Hier komen de Fransen zelf vakantie vieren. De stranden zijn breed en zanderig, in tegenstelling tot de kiezels in Nice waar je rug na tien minuten pijn doet.

Praktische tips voor de Franse wegen (en overleven in de supermarkt)

Autorijden in Frankrijk is een ervaring op zich. De Péage (tolwegen) zijn fantastisch onderhouden, maar ze kosten een fortuin. Reken voor een ritje Nederland – Zuid-Frankrijk rustig op 150 tot 200 euro retour aan tol, afhankelijk van je route en voertuig.

Hier zijn een paar dingen die ik door schade en schande heb geleerd:

  • Tank nooit, maar dan ook nooit, direct aan de snelweg. Het prijsverschil kan oplopen tot 20 à 30 cent per liter. Rij de snelweg af bij een ‘Sortie’ en zoek een E.Leclerc of Carrefour. Scheelt je op een volle tank zomaar twee flessen wijn.
  • De ‘Bison Futé’ is geen fabeltje. Die verkeerskalender klopt. Zwarte zaterdagen zijn hels. Als je kunt, rij op zondag. Veel minder vrachtverkeer en de meeste toeristen zijn al op hun bestemming of staan nog in de file van zaterdag.
  • Fransen en rotondes zijn een ingewikkelde combinatie. Officieel moet je knipperlicht naar links aan als je op de rotonde blijft, en rechts als je eraf gaat. In de praktijk doet iedereen maar wat. Blijf defensief rijden.

Eten en Drinken: Het ritme van de dag

Je kunt in Frankrijk niet, zoals in Nederland, om 18:00 uur een restaurant binnenlopen en verwachten dat je kunt eten. De keuken is vaak nog dicht of het personeel is zelf aan het eten.

Lunch is heilig. Tussen 12:00 en 14:00 zit heel Frankrijk aan tafel. Wil je in een populair restaurantje lunchen? Reserveer of zorg dat je er om 12:00 stipt bent. Kom je om 13:30, dan krijg je vaak een “Non, c’est fini” te horen, zelfs als er lege tafels zijn. Fransen houden van hun structuur. Diner begint pas rond 19:30 of 20:00 uur. In het zuiden zelfs nog later door de hitte.

En dan de supermarkten. Een Hypermarket is een dagtaak. Je gaat naar binnen voor stokbrood en water, en komt naar buiten met een set tuinstoelen, zes soorten paté, een nieuwe zwembroek en drie kilo vis. De visafdelingen in die grote supermarkten zijn overigens vaak beter dan menig viswinkel in Nederland. Maak daar gebruik van als je op de camping staat met je skottelbraai.

Kamperen: Van basic tot glamping

Frankrijk blijft hét kampeerland bij uitstek. Vroeger gooide je je tentje achterin en zag je wel. Tegenwoordig moet je voor de populaire campings (zeker die met zwemparadijzen en glijbanen) in januari al boeken.

Maar vlak de Camping Municipal niet uit. Elk dorp heeft er wel één. Ze zijn simpel, goedkoop (soms nog geen 15 euro per nacht), en liggen vaak op verrassend mooie plekjes aan de rivier of rand van het dorp. Het sanitair is misschien wat ouderwets – ja, de hurk-wc ofwel het ‘Franse toilet’ bestaat nog steeds, al sterven ze langzaam uit – maar de sfeer is er vaak relaxter dan op die mega-parken waar je een polsbandje om moet.

Tot slot

Frankrijk is veelzijdig, soms arrogant, maar vooral onweerstaanbaar. Of je nu gaat voor de ruige Atlantische kust (surfersparadijs!), de rust van de Auvergne of de glamour van de Côte d’Azur: laat je niet gek maken door de clichés. Sla eens een keer linksaf waar iedereen rechts gaat op de Route Nationale. Stop bij dat restaurantje dat er van buiten niet uitziet, maar waar de parking vol staat met lokale witte bestelbusjes (gouden regel: daar eet je het best en goedkoopst).

Bereid je voor op tolkosten, neem de tijd voor je lunch, en accepteer dat dingen soms net even anders gaan dan thuis. Dat is tenslotte vakantie. Bon voyage!