Laat ik meteen met de deur in huis vallen: Cuba is geen gemakkelijke vakantiebestemming. Als je zoekt naar gestroomlijnde service, wifi die werkt zodra je je telefoon aanzet en treinen die op tijd rijden, dan ga je een zware tijd tegemoet. Maar zoek je iets dat je bij je strot grijpt, je door elkaar rammelt in een taxi uit 1954 en je vervolgens trakteert op de beste mojito (en het boeiendste gesprek) van je leven? Dan zit je hier goed. Ik ben er meerdere keren geweest voor Vakantieregios.nl, en elke keer als ik terugkom, voelt Europa ineens saai en grijs aan.
Veel reisgidsen schilderen een plaatje van salsa op elke straathoek en lachende mensen met sigaren. Dat is er wel, maar de realiteit is rauwer. Het is een land waar schoonheid en verval hand in hand gaan. Je ziet prachtige koloniale gevels in Havana waar letterlijk boompjes uit het dak groeien. Het is fascinerend, soms frustrerend, maar nooit saai.
Havana: Liefde op het eerste gezicht (en de geur van diesel)
De eerste keer dat je voet zet in Havana Vieja, weet je niet waar je moet kijken. Het is een levend museum, zeggen ze vaak. Dat klopt, maar wel een museum waar mensen wonen, wassen en ruzie maken. Wat me altijd opvalt, is de geur. Het is een specifieke mix van zilte zeelucht, zware tabak, gebraden varken en, laten we eerlijk zijn, uitlaatgassen. Die oldtimers zijn fantastisch voor de foto, maar milieuvriendelijk zijn ze allerminst.
Als je in Havana bent, skip dan de georganiseerde citytours in bussen met airco. Ga lopen. Dwaal door de straten van Centro Habana, net buiten het toeristische opgepoetste deel. Hier zie je het echte leven. Kinderen spelen honkbal met een stok en een dopje, en buren delen koffie via het balkon.
De Malecón is je woonkamer
Vergeet dure dakterrassen. Als de zon ondergaat, moet je op de Malecón zijn, de kilometerslange boulevard langs de zee. Iedereen komt hier samen. Er wordt gevist, gedronken (rum uit pakjes, soms) en geflirt. Het kost niets en je ziet meer van de Cubaanse ziel in een uur op die muur dan in een week in een all-inclusive hotel in Varadero.
Transport: Een avontuur op zich
Reizen door Cuba vergt geduld en een beetje flexibiliteit. Je hebt grofweg drie opties om van A naar B te komen, en ze hebben allemaal hun eigenaardigheden:
- De Viazul bus is de veilige keuze voor toeristen. Je moet deze echt weken van tevoren online boeken, want ze zitten vol. De airco staat trouwens altijd op standje vrieskist, dus neem een trui mee, ook als het buiten 35 graden is.
- Buiten de steden zie je vaak vrachtwagens die zijn omgebouwd tot bussen (‘camiones’). Het kost bijna niets, een paar pesos, maar je zit opgepropt tussen de kippen en zakken rijst. Comfort is nul, avontuur is een tien. Ik zou het aanraden voor een korte rit, gewoon voor de ervaring.
- De taxi colectivo is mijn favoriet. Je deelt een oude Amerikaan (vaak met een moderne dieselmotor erin gelepeld) met andere reizigers. Het is sneller dan de bus en je wordt afgezet bij je accommodatie. Onderhandel wel altijd over de prijs voordat je instapt, anders betaal je de ‘gringo-tax’.
Viñales: Rood stof en groene bladeren
Na de hectiek van Havana is de vallei van Viñales een verademing, letterlijk. Het landschap hier is bizar: vlakke rode aarde waar ineens enorme kalkstenen rotsformaties (Mogotes) uit omhoog schieten. Dit is het hart van de tabaksindustrie.
Ik herinner me een bezoek aan een tabaksboer, Benito. Geen gelikte rondleiding, hij duwde me gewoon een vers gerolde sigaar in handen gedoopt in honing (een lokale gewoonte). Hij legde uit dat 90% van zijn oogst naar de staat moet, maar wat ze overhouden, verkopen ze aan toeristen. Die sigaren zonder etiket die je hier koopt? Vaak verser en beter dan de dure Cohiba’s die je vreselijk duur in de staats winkels koopt.
In Viñales moet je eigenlijk wel een paardrijtocht maken. Zelfs als je nog nooit op een paard hebt gezeten. De paarden hier zijn zó gewend aan toeristen dat ze de route zelf wel lopen; je hoeft er alleen maar op te blijven zitten. Het brengt je op plekken in de vallei waar auto’s niet kunnen komen.
Trinidad: Kasseien en cocktails
Trinidad voelt alsof iemand de tijd in 1850 heeft stilgezet en daarna de hele stad in pastelkleuren heeft geschilderd. Het is prachtig, maar pas op je enkels. De straten zijn geplaveid met ongelijke rivierkeien die funest zijn voor rolkoffers en hakken. Serieus, laat die trolley staan en neem een rugzak mee.
Het ritme van de dag is hier simpel. ’s Ochtends struin je door de straatjes voordat het te heet wordt. ’s Middags vlucht je naar Playa Ancón (een kwartiertje met de taxi) voor het strand. En ’s avonds gebeurt het op de trappen naast de kathedraal, bij de Casa de la Musica. Er speelt live muziek, mensen dansen salsa op de kasseien en de obers rennen af en aan met plastic bekertjes mojito. Het klinkt toeristisch, en dat is het ook, maar de sfeer is zo aanstekelijk dat het je waarschijnlijk niets kan schelen.
Overnachten: Waarom je hotels moet vermijden
Hier is een stukje advies dat ik iedereen geef: boek geen dure staatshotels. Ze zijn vaak verouderd, het eten is matig en de service is… nou ja, communistisch. Het water in het zwembad is vaak groen of leeg.
Kies in plaats daarvan altijd voor een Casa Particular. Dit is de Cubaanse versie van Bed & Breakfast, te herkennen aan het blauwe anker-symbool op de deur. Je slaapt bij mensen thuis, maar je hebt meestal (vraag dit wel even na) een eigen kamer met badkamer en airco.
Waarom Casa’s winnen
De eigenaars doen hun stinkende best voor je, want voor hen is jouw geld direct inkomen. Voor 5 euro krijg je een ontbijt waar je U tegen zegt: vers fruit (mango, papaya, ananas), eieren, koffie, sap en brood. Bovendien is dit dé manier om met Cubanen te praten. Ik heb avonden lang op veranda’s gezeten in schommelstoelen, pratend over honkbal of de politiek (voorzichtig), terwijl oma in de keuken bezig was. Die persoonlijke connectie ga je in een hotel nooit vinden.
De geldkwestie (Lees dit goed!)
Geld is in Cuba een hoofdpijndossier. De situatie verandert constant, dus check dit kort voor vertrek nog eens, maar op dit moment is de realiteit verwarrend. De CUC (toeristenmunt) is afgeschaft, maar de inflatie is enorm.
Hier gaat het vaak mis bij reizigers:
- Pinnen werkt bijna nergens. Echt, vertrouw er niet op. Amerikaanse creditcards werken sowieso niet, en Europese kaarten vaak alleen bij grote banken als er toevallig verbinding is.
- Neem cash mee. Véél cash. Euro’s zijn goud waard. Je wisselt ze ter plekke voor Cubaanse Peso’s (CUP). Doe dit niet bij de bank of op het vliegveld (slechte koers), maar vraag je gastheer of gastvrouw van je Casa Particular. De straatkoers is vaak vele malen hoger dan de officiële koers.
- Zorg voor kleine biljetten. Als je met een briefje van 1000 peso een fles water koopt, heeft niemand wisselgeld. Het hamsteren van klein geld wordt je nieuwe hobby tijdens deze reis.
Internet: Een digitale detox (of je wilt of niet)
Verwacht niet dat je ’s avonds even lekker gaat Netflixen. Internet in Cuba werkt via kraskaarten van ETECSA. Je koopt een kaartje voor een uur, zoekt een openbaar plein of een hotel lobby, logt in en hoopt op het beste. Soms is de verbinding verrassend snel, vaak is het traag als stroop.
Zie het als een voordeel. In plaats van op Instagram te scrollen tijdens het eten, praat je met elkaar. Je ziet in restaurants mensen elkaar daadwerkelijk aankijken. Het is even wennen, die eerste twee dagen zonder constante notificaties, maar daarna voelt het bevrijdend.
Wat je moet weten over eten en tekorten
De Cubaanse keuken is, om eerlijk te zijn, niet de meest verfijnde van de wereld. Door de handelsembargo’s en economische problemen is er vaak een tekort aan ingrediënten. Soms is er geen kip. Soms is er geen bier. Soms is er alleen nog maar rijst en bonen.
Het nationale gerecht is Ropa Vieja (draadjesvlees in tomatensaus), en als dat goed gemaakt is, is het heerlijk. Kreeft is verrassend goedkoop en overal te krijgen. Maar stel je in op eenvoud. Verwacht geen uitgebreide menukaarten. Vaak komt de ober aan tafel en zegt: “Vandaag hebben we varken of vis.” Dat is de keuze. Eet wat de pot schaft, en geniet van de versheid, want diepvriezen gebruiken ze weinig.
Conclusie
Een rondreis door Cuba is intens. Je zult momenten hebben dat je zucht omdat de taxi niet komt opdagen, of omdat de elektriciteit weer eens uitvalt. Maar dan loop je door Trinidad bij zonsondergang, hoor je een bandje spelen in een achterafstraatje, en drink je een Canchánchara (rum, honing, limoen) onder een palmboom.
Cuba raakt je. Het is de veerkracht van de mensen, de kleuren die dwars door het verval heen knallen en de muziek die nooit stopt. Ga erheen nu het nog kan, neem een flinke stapel euro’s mee en vooral: laat je westerse haast thuis. In Cuba dicteert het eiland het tempo, niet jij.
