Bezoek Kasteel Montgri aan de Costa Brava: Een Historische Klim

Als je ooit in de omgeving van L’Estartit, Pals of Torroella op vakantie bent geweest, ken je het beeld. Onmogelijk te missen. Je kijkt omhoog en daar, bovenop dat grijze, schrale kalksteenmassief, staat hij: Castell del Montgrí. Het lijkt vanaf de weg een beetje op een kies die uit de berg steekt, of een schaakstuk dat daar door een reus is neergezet. Veel mensen nemen er een foto van vanaf hun campingstoel, maar veel minder mensen wagen de klim daadwerkelijk.

En dat is zonde. Want hoewel het zweet je waarschijnlijk op de rug staat halverwege, is dit een van de weinige plekken aan de Costa Brava waar historie, brute natuur en een uitzicht waar je stil van wordt, zo perfect samenkomen. Ik ben er zelf meerdere keren naar boven gelopen, in verschillende seizoenen, en elke keer als ik bij die muren aankom, voel ik weer diezelfde mix van ontzag en opluchting (vooral dat ik mag stoppen met lopen).

Laten we eerlijk zijn: de stranden aan de Costa Brava zijn prachtig, maar soms wil je gewoon even iets anders dan zand tussen je tenen en de geur van zonnebrandcrème. Dit is je gids voor de klim naar boven, zonder de opgepoetste toeristenpraatjes.

Waarom staat dat ding daar eigenlijk?

Voordat je je wandelschoenen aantrekt, even een beetje context. Anders sta je straks boven naar een stapel stenen te kijken zonder te snappen wat je ziet. Het kasteel van Montgrí is eigenlijk een faalproject. Een heel mooi, indrukwekkend faalproject, dat wel.

In de late 13e eeuw, rond 1294 om precies te zijn, besloot koning Jaume II dat hij genoeg had van de graven van Empúries. Die graven deden een beetje te veel alsof ze de baas waren in de regio, en Jaume wilde een statement maken. Een militair statement, bovenop de hoogste berg in de buurt (303 meter), zodat iedereen in het graafschap kon zien wie er echt de broek aan had.

De bouw begon furieus. Ze egaliseerden de top, groeven cisternes uit voor regenwater en trokken de buitenmuren op in een perfect vierkant van 31 bij 31 meter. Vier ronde torens op de hoeken, muren van dertien meter hoog. Het zag eruit als een onneembare vesting.

Maar toen gebeurde er iets typisch: de politieke situatie veranderde. Het conflict tussen de koning en de graven sudderde uit, en rond 1301 werd de geldkraan dichtgedraaid. De bouwvakkers pakten hun spullen en kwamen nooit meer terug. Het resultaat? Een kasteel zonder dak, zonder binnenvertrekken en zonder ramen. Het is letterlijk een lege huls. En dat maakt het stiekem veel interessanter dan een perfect gerestaureerd museumstuk. Je loopt erin en je ziet de lucht boven je. Het voelt rauw.

De beklimming: Bereid je voor op “kuitenbijters”

Ik ga het niet mooier maken dan het is: de wandeling naar boven is pittig als je geen geoefende loper bent. Het is geen zondagmiddagwandelingetje door het Vondelpark. De tocht duurt gemiddeld 45 minuten tot een uur, afhankelijk van hoe vaak je stopt om “van het uitzicht te genieten” (lees: op adem te komen).

Startpunt en route

Je begint meestal in Torroella de Montgrí. Zoek naar de wegwijzers of, simpeler nog, rijd naar de rand van het dorp waar de berg begint. Er is meestal wel plek om je auto te parkeren in de straten aan de voet van de heuvel, bijvoorbeeld in de buurt van de Carrer del Camí de les Dunes.

Vanaf daar volg je de rood-witte markeringen van de GR-92. Het pad – de Camí de les Dunes – begint bedrieglijk rustig tussen olijfbomen en wat struikgewas. Maar al snel wordt de ondergrond rotsachtiger.

Hier is wat je onderweg tegenkomt:

  • In het eerste stuk loop je nog redelijk beschut. De geur van wilde tijm en rozemarijn is hier in het voorjaar overweldigend. Als de zon erop staat, ruik je de dennennaalden bijna verbranden. Echt die typische geur van de Spaanse kustregio.
  • Ongeveer halverwege kom je bij een stenen kruis. Veel mensen denken hier: “Ha, ik ben er bijna!” Helaas. Dit is meer een spirituele pitstop. Het echte werk begint hierna pas.
  • Het pad verandert in wat ik ‘georganiseerde puinhoop’ noem. Losse stenen, gruis en ongelijke treden die in de rotsen zijn uitgehouwen. Het is steil. Je moet kijken waar je je voeten neerzet.
  • Je ziet ook drie kleine kapelletjes (eigenlijk meer ruïnes van kapelletjes) langs de route. Vroeger was dit een soort pelgrimsroute. Nu dienen ze vooral als ijkpunt om te zien hoe ver je nog moet.

Eenmaal boven: Het dak van de Empordà

Het moment dat je de laatste bocht omgaat en ineens oog in oog staat met die enorme muren, is magisch. De toegangspoort is aan de zuidkant. Je loopt door de boog naar binnen en staat ineens in die enorme, lege vierkante binnenplaats. De grond is rotsachtig en ongelijk.

Maar het hoogtepunt—letterlijk—is dat je de torens op kunt. Via smalle wenteltrappen in de hoektorens (ja, het is krap en donker, pas op je hoofd) klim je naar de weergang bovenop de muren.

Hier snap je waarom Jaume II deze plek koos. Het uitzicht is krankzinnig.

  • Kijk naar het oosten en je ziet de Medes-eilanden liggen als kleine brokjes in een immense blauwe soep. Je kunt de bootjes zien varen vanuit de haven van L’Estartit.
  • Draai je naar het noorden, dan kijk je over de hele Baai van Roses. Op heldere dagen, zeker in het voor- of najaar, zie je de besneeuwde toppen van de Pyreneeën (de Canigou) afsteken tegen de lucht. Dat contrast tussen de mediterrane kust en het hooggebergte is uniek.
  • Landinwaarts zie je de mozaïeken van appelboomgaarden en rijstvelden van de Empordà. Het lijkt wel een lappendeken.

Praktische tips voor de overlever

Ik heb mensen op teenslippers naar boven zien gaan. Ik heb mensen met één flesje water van 33cl voor een heel gezin naar boven zien gaan. Doe dat niet. Tenzij je van blaren en uitdroging houdt. Spanje kan in de zomer ongenadig heet zijn, en op die berg is nauwelijks schaduw.

Hier zijn mijn regels voor een succesvolle beklimming:

  • Schoeisel is echt belangrijk. Je hebt geen zware bergschoenen categorie C nodig, maar een stevige sneaker met profiel is het minimum. De kalksteen is glad gepolijst door duizenden voeten, en met los gruis glijd je zo uit.
  • Timing is alles. In juli en augustus moet je deze berg niet tussen 11:00 en 17:00 beklimmen. Je bakt levend. Ga vroeg in de ochtend (start rond 08:00) of ga voor de zonsondergang. Het licht is dan trouwens ook veel mooier voor je foto’s.
  • Wind kan een spelbreker zijn. De Tramuntana (de harde noordenwind) kan hier spoken. Als het beneden in het dorp al flink waait, stormt het boven op het kasteel. Houd daar rekening mee, vooral op de muren bovenop is er geen railing aan de binnenkant.
  • Neem meer water mee dan je denkt nodig te hebben. Er is boven geen kraantje, geen kiosk en geen ijsverkoper. Je bent overgeleverd aan wat je in je rugzak hebt.

Is het ook leuk voor kinderen?

Dat hangt van je kinderen af. Is het een avontuur? Absoluut. Het idee van een “echt ridderkasteel” werkt vaak goed als motivatie. Onze ervaring is dat kinderen vanaf een jaar of 6 à 7 dit prima kunnen, mits ze een beetje gewend zijn om te lopen.

De wenteltrappen in de torens zijn spannend (donker!), en bovenop de muren lopen voelt als een computerspel. Let wel op: bovenop de muren zijn de afgronden aan de binnenkant niet beveiligd. Houd handjes vast of blijf heel dichtbij. Voor peuters of kinderwagens is dit terrein absoluut ongeschikt.

De afdaling en de beloning

De weg terug is dezelfde route, tenzij je een lus wilt maken via de Cau del Duc (een grot in de buurt), maar dat is een flinke omweg en het pad is daar nog slechter. De meeste mensen lopen gewoon dezelfde weg terug naar Torroella.

Let bij het afdalen goed op je knieën. Het constante remmen op de steile helling voel je de volgende dag waarschijnlijk wel. Eenmaal beneden in Torroella de Montgrí is het tijd voor de beloning. Het plein Plaça de la Vila is een perfecte plek om neer te ploffen. Bestel een ijskoude caña of een glas lokale Empordà-wijn en kijk nog één keer omhoog naar dat vierkante blok op de berg.

“Daar stond ik net,” denk je dan. En geloof me, dat biertje heeft nog nooit zo goed gesmaakt.