Vakantie Cyprus: Zon, Zee en Oudheid op het Eiland van Aphrodite

Ik zal maar meteen met de deur in huis vallen: mijn eerste ontmoeting met Cyprus was een fysieke klap in mijn gezicht. En dan bedoel ik de hitte. Ik landde in augustus op Larnaca, stapte het vliegtuig uit en het voelde alsof iemand een gigantische föhn op standje ‘orkaan’ recht op me richtte. 40 graden is hier in de zomer geen uitzondering, het is de standaard. Maar, en dat is het punt waar ik je wil hebben, als je eenmaal gewend bent aan dat plakkerige eerste half uur, ontdek je een eiland dat compleet anders in elkaar zit dan, laten we zeggen, Kreta of Ibiza.

Cyprus is een vreemde eend in de bijt. Geografisch ligt het in het Midden-Oosten – je zit dichter bij Libanon en Syrië dan bij Athene – maar cultureel is het een mix van Griekse nonchalance, Turkse invloeden (in het noorden) en, gek genoeg, nog steeds een flinke dosis Britse erfenis. Je betaalt met euro’s, maar je stopt je stekker in zo’n lomp Brits stopcontact en je rijdt links. Dat vergt even wat schakelen in je hoofd, zeker als je met je huurauto de eerste rotonde verkeerd om dreigt te nemen. Ik spreek uit ervaring.

De kustlijn: Verder kijken dan Ayia Napa

Veel mensen horen Cyprus en denken: Ayia Napa. Feesten, Engelse toeristen die iets te diep in het glaasje hebben gekeken en neonlichten. Klopt dat beeld? Deels. Als je naar de ‘strip’ in Ayia Napa gaat, is dat precies wat je krijgt. Is dat erg? Nee, als je ervan houdt is het een paradijs. Maar het zou zonde zijn als je denkt dat dit het hele eiland definieert.

Ik stuur mensen vaak liever richting de westkust, naar de regio rondom Paphos. Het tempo ligt hier lager. De kust is ruiger. Er is een specifiek plekje, Petra tou Romiou, waar volgens de legende Aphrodite uit het schuim van de zee is geboren. Eerlijk is eerlijk: het is in feite een grote rots in het water. Als je er staat met drie bussen Chinezen en Russen om je heen, voelt het misschien minder magisch dan in de boekjes. Maar ga er eens heen tijdens zonsondergang, als de bussen weg zijn. Het water is daar verraderlijk wild, maar het licht is onbetaalbaar.

Voor de echte strandliefhebbers heb ik een paar favorieten die je niet altijd in de standaard brochures vindt:

  • Rijd met een 4×4 naar Lara Bay. Doe dit niet met je kleine huurauto, want de weg is een wasbord van gravel en stenen. Dit is het domein van de zeeschildpadden. Geen strandbedjes, geen parasols, alleen ruige natuur en nesten die beschermd worden met kooien. Neem je eigen water mee, want er is niks te koop.
  • Konnos Bay ligt weliswaar in het drukkere oosten, maar ligt beschut tussen pijnbomen en kliffen. Het water is hier zo idioot helder dat het bijna nep lijkt. Je moet wel een flink stuk naar beneden lopen (en dus ook weer terug omhoog in de hitte), wat de massa’s een beetje tegenhoudt.
  • Zoek je toch gezelligheid zonder de dronken tieners? Dan is Fig Tree Bay in Protaras een veilige keuze. Ja, het is druk, maar het zand is goudgeel en de zee is ondiep. Ideaal als je kinderen bij je hebt die nog niet kunnen zwemmen.

Paphos: Geschiedenis waar je letterlijk over struikelt

Paphos is in 2017 Culturele Hoofdstad van Europa geweest en dat zie je. De boulevard is opgeknapt, maar de echte charme zit in de oude stenen. Kato Paphos (het laaggelegen deel bij de haven) is in feite één groot openluchtmuseum. Het bizarre is dat je hier gewoon tussen mozaïekvloeren van Romeinse villa’s loopt die duizenden jaren oud zijn. De Mozaïeken van Paphos behoren tot de best bewaarde ter wereld. Ze liggen daar gewoon, vaak in de volle zon.

Een tip van mij: ga hier zo vroeg mogelijk heen. Om 12:00 uur ’s middags tussen de ruïnes lopen is een martelgang in de zomer. De stenen absorberen de warmte en stralen het terug. Ik heb mensen hier letterlijk onderuit zien gaan van de hitte. Neem een hoed mee, en minimaal een liter water.

Vlakbij vind je de Koningsgraven (Tombs of the Kings). Het ironische is dat er nooit koningen hebben gelegen, maar rijke aristocraten. De graven zijn uitgehouwen in de rotsen en lijken net ondergrondse huizen. Als kind vond ik dit de spannendste plek op aarde; je kunt dwalen door de donkere gangen en nissen. Het heeft iets sinisters en indrukwekkends tegelijk.

Nicosia: De laatste verdeelde hoofdstad

Je kunt Cyprus niet bezoeken zonder de politieke situatie te voelen. Nicosia (of Lefkosia) is de enige hoofdstad ter wereld die nog steeds in tweeën gedeeld is. De ‘Green Line’ loopt dwars door de stad. Aan de zuidkant heb je de hippe koffietentjes, de Starbucks en de H&M. Dan loop je de Ledra Street uit, laat je paspoort zien, loop je door een stukje niemandsland met prikkeldraad en tonnen zand, en sta je ineens in Noord-Cyprus (Turks gebied).

De sfeer verandert direct. De klok staat er soms letterlijk anders (afhankelijk van winter/zomertijd verschillen), je betaalt met Turkse Lira (al nemen ze euro’s ook aan) en de geur verandert van espresso naar sterke Turkse thee en kebab. Het is fascinerend en tragisch tegelijk.

Als je de oversteek waagt:

  • In het noordelijke deel moet je echt de Büyük Han bezoeken. Dit is een oude karavanserai (herberg voor reizigers) die prachtig gerestaureerd is. Het is nu een plek voor kunstenaars en theehuizen. Het is er opvallend koel en rustig.
  • De Selimiye-moskee is ook een bizar bouwwerk: het is een oude gotische kathedraal (St. Sophia) waar twee minaretten op zijn geplakt. Binnen zie je nog steeds de katholieke architectuur, maar de inrichting is islamitisch. Die mix zie je zelden zo duidelijk.

Ontsnappen naar het Troodosgebergte

Wanneer de kusthitte me teveel wordt, vlucht ik de bergen in. Het Troodosgebergte is de ruggengraat van het eiland. Het temperatuurverschil kan hier zomaar 10 graden zijn vergeleken met de kust. In de winter kun je hier zelfs skiën op de Mount Olympus, terwijl mensen beneden in zee zwemmen. Klinkt als een cliché uit een reisgids, maar op Cyprus is het in februari echt mogelijk.

Het rijden hier is wel een dingetje. De wegen zijn goed, maar bochtig. En als ik zeg bochtig, bedoel ik haarspeldbochten waar geen eind aan komt. Als je snel wagenziek wordt, stop dan regelmatig. Stop sowieso in dorpjes zoals Omodos of Lefkara.

Lefkara staat bekend om zijn kant en zilverwerk. Ja, de vrouwtjes zitten daar echt op straat te borduren. Is het toeristisch? Enorm. Zijn de prijzen hoog? Absoluut. Maar het vakmanschap is echt. Pas wel op voor goedkope import uit China die in sommige winkels als lokaal wordt verkocht; vraag altijd of het handgemaakt is in het dorp. Echte Lefkara-kant kost tijd en dus geld.

Eten: Een marathon, geen sprint

De Cypriotische keuken is mijn favoriete reden om terug te gaan. Het draait hier om Meze. Als je dit bestelt in een taverna, wees dan voorbereid. Het is niet één bord. Het begint met salade, olijven, tahini en tzatziki. Dan denk je: lekker. Vervolgens komt er halloumi en lounza (gerookte ham). Dan worstjes. Dan ei met groente. Dan, net als je denkt dat je vol zit, komt het hoofdgerecht: souvlaki, kleftiko (langzaam gegaard lamsvlees) of sheftalia.

Over sheftalia gesproken: dit moet je proberen. Het zijn worstjes van gehakt, maar in plaats van een darm gebruiken ze buikvlies (varkensnet) om het vlees bij elkaar te houden. Op de barbecue smelt dat vet weg en wordt het ongelooflijk sappig en krokant. Het is vet, zout en perfect.

Andere smaakmakers die je gaat tegenkomen:

  • Halloumi is hier koning. In Nederland krijg je vaak van die rubberachtige stukjes. Hier is verse halloumi zachter, met een muntblaadje erin gevouwen. Gegrild piept hij nog steeds tussen je tanden, maar de smaak is veel romiger.
  • Bestel een flesje Keo bier als het warm is. Het is geen hoogstaand speciaalbier, maar een simpele lager die ijskoud gedronken moet worden. Het heeft cultstatus op het eiland.
  • Kijk uit met Zivania. Dit is de lokale grappa. Ze serveren het ijskoud na het eten. Het percentage alcohol ligt rond de 45%, maar de zelfgestookte varianten in de dorpen kunnen aanvoelen als vliegtuigbenzine. Het reinigt wel lekker je gehemelte (en je slokdarm).

Praktische zaken die handig zijn om te weten

Je kunt je vakantie behoorlijk verpesten door slechte voorbereiding, dus hier is wat ‘inside info’ die vaak vergeten wordt:

Het rioolsysteem op Cyprus is… oud. In veel hotels en appartementen (behalve de gloednieuwe 5-sterren resorts) wordt je dringend verzocht geen toiletpapier door te spoelen. Er staat een emmertje naast de WC. Het is even wennen, en ja, het voelt raar, maar geloof me: een verstopte WC bij 35 graden is erger.

Huurauto’s hebben herkenbare nummerplaten (vaak rood, al verandert dat langzaam). De locals weten dus dat je een toerist bent en houden er meestal rekening mee. Cyprioten rijden assertief. Een stoplicht is oranje? Gas geven. Een toeter betekent niet altijd ‘pas op’, maar vaak ‘hallo bekende’ of ‘schiet eens op’. Laat je niet opjagen.

Tot slot: water. Drink niet uit de kraan. Het is in principe veilig in de steden, maar het zit vol chloor en mineralen waar je maag van streek van kan raken. Flessenwater kost bijna niks in de supermarkt.

Cyprus kruipt onder je huid. Het is niet het meest gepolijste eiland in de Middellandse Zee. Het is stoffig, luidruchtig en soms wat chaotisch. Maar als je ’s avonds bij een taverna zit, met de geur van jasmijn en gegrild vlees in de lucht, en de eigenaar zet een schaal watermeloen ‘van het huis’ op tafel, dan snap je waarom mensen hier keer op keer terugkomen. Ik wel in ieder geval.