Laat één ding duidelijk zijn voordat je je koffer pakt: Sicilië is geen Italië. Nou ja, staatkundig gezien wel natuurlijk, maar vraag het een Siciliaan en hij trekt waarschijnlijk een wenkbrauw op. Het eiland is een wereld op zich. Ruiger, chaotischer en intenser dan wat je misschien gewend bent van Toscane of het Gardameer.
Ik herinner me mijn eerste aankomst op de luchthaven van Palermo nog goed. Binnen twintig minuten zat ik in een huurauto die ik dwars door het spitsuur moest manoeuvreren. Geen gemoedelijk ritje, maar een spoedcursus assertiviteit. Hier gelden geen verkeersregels, hier gelden de wetten van de fysica: twee auto’s passen niet op één plek, maar men probeert het toch. Als je dat ritme eenmaal te pakken hebt – niet twijfelen, gewoon gaan – dan opent zich een van de meest fascinerende regio’s van Europa voor je.
Sicilië is een eiland van contrasten die bijna pijn doen aan je ogen. Je hebt de zwartgeblakerde lavastenen op de flanken van de Etna vlak naast de felblauwe Ionische zee. Je hebt de barokke grandeur van Noto tegenover de afgebladderde pleisterlagen in de achterafstraatjes van Catania. Het is niet altijd gepolijst, en dat is precies waarom we hier bij Vakantieregios.nl zo dol zijn op dit eiland. Het is echt.
Palermo: Streetfood en Schone Schijn
Veel mensen slaan Palermo over en sjezen direct door naar de badplaatsen als Cefalù. Doodzonde. Palermo is vies, luidruchtig en absoluut briljant. Als je wilt begrijpen wat dit eiland drijft, moet je de Ballarò-markt op.
Vergeet die nette marktkraampjes die je in Nederland ziet. Dit is theater. Visverkopers schreeuwen de longen uit hun lijf om hun zwaardvis aan te prijzen, terwijl brommertjes zich toeterend een weg banen door drommen toeristen en locals. De geur is een mix van verse vis, citrus en uitlaatgassen.
Je kunt hier niet weggaan zonder ‘Pani ca Meusa’ te proberen. Klinkt chique, is het niet. Het is een zacht broodje met gebakken milt en long van een kalf, vaak afgetopt met geraspte caciocavallo kaas. Eerlijk? De textuur is even wennen – zacht en een beetje sponsachtig – maar de smaak is waanzinnig rijk. Als orgaanvlees je echt te ver gaat, pak dan een Arancina (let op de ‘a’ op het einde, in het oosten van het eiland zeggen ze Arancino met een ‘o’, en daar zijn hele vetes over uitgevochten). Die gefrituurde rijstballen zijn hier zo groot als sinaasappels en vullen als een baksteen.
Het Oosten: In de schaduw van de vulkaan
Rijd je naar de oostkust, dan zie je haar nergens over het hoofd: de Etna. Het gekke is dat de lokale bevolking over de vulkaan praat alsof het een nukkig familielid is. “A muntagna” noemen ze haar. Ze geeft vruchtbare grond voor de fantastische wijnen en pistachenoten, maar ze kan ook zomaar je huis onder de as zetten.
Een tocht naar de Etna is verplichte kost, maar trap niet in de standaard toeristenval. Veel bussen stoppen bij de Rifugio Sapienza, waar je tussen honderden andere toeristen een souvenir van lavasteen koopt en weer vertrekt. Zonde.
Neem de tijd. Pak de kabelbaan omhoog en stap daarna over in de 4×4 busjes, of beter nog: boek een gids voor een trekking. Boven de 2500 meter verandert de wereld. Kleuren verdwijnen. Alles is zwart, grijs en roodbruin. Zelfs in de zomer kan het hier ijzig koud waaien, dus neem in vredesnaam een jas mee. Ik heb mensen in teenslippers en korte broek uit de kabelbaan zien stappen, blauwbekkend van de kou. Dat is geen pretje.
Vlakbij ligt Taormina. Ja, het is prachtig. Het Griekse theater met uitzicht op de rokende Etna is misschien wel het mooiste uitzicht van Italië. Maar laten we eerlijk zijn: het is ook de duurste plek van het eiland. Een kop koffie op de Corso Umberto kost je het dubbele van wat je in een dorpje verderop betaalt. Ga erheen voor de cultuur en het uitzicht, maar eet in de zijstraatjes of rijd naar het naburige Castelmola voor een iets authentiekere ervaring (en probeer daar de amandelwijn, mierzoet maar traditie).
Barok en Chocola in het Zuidoosten
Na de chaos van het noorden en de drukte van het oosten, voelt de Val di Noto als een openluchtmuseum. Steden als Ragusa Ibla en Modica zijn na een aardbeving in 1693 volledig herbouwd in barokstijl. Het steen kleurt hier honinggeel als de zon zakt. Het is fotogeniek op een niveau dat je geheugenkaartje volraakt voor je er erg in hebt.
In Modica moet je even stoppen voor de chocolade. Dit is geen Belgische bonbon die smelt op je tong. De ‘Cioccolato di Modica’ wordt koud verwerkt, waardoor de suikerkristallen niet smelten. Het resultaat is een korrelige, bijna ruwe chocolade. De eerste hap denk je: “Is dit wel goed?”, bij de tweede hap proef je de pure cacao en ben je verslaafd. Ze maken ze met zeezout, rode peper of kaneel. Perfect souvenir, want het smelt niet in je tas.
De Siciliaanse Keuken: Religie op een bord
Eten is hier geen noodzaak, het is de dagbesteding. De basis is simpel: wat het eiland geeft, ligt op je bord. Omdat Sicilië door iedereen wel eens veroverd is (Arabieren, Normandiërs, Spanjaarden), is de keuken een bizarre smeltkroes.
Wat je absoluut moet proeven (en hoe):
- De Granita met Brioche is hét ontbijt in de zomer. Dit is niet zomaar schaafijs; het is een half bevroren, romig mengsel van amandel, citroen of koffie. Je krijgt er een warme, zachte brioche bij. Doop het broodje in het ijs. Mensen kijken je niet raar aan, ze kijken raar aan als je het niet doet.
- Aubergines zijn zo’n beetje de heilige graal van de groenten hier. Pasta alla Norma (met aubergine, tomatensaus en gezouten ricotta) komt uit Catania en is vernoemd naar de opera van Bellini. Simpel, maar als de ricotta salata goed is, wil je nooit meer iets anders.
- De Pistache uit Bronte is wereldberoemd. Je ziet in toeristenwinkels vaak ‘pistachecrème’ staan. Check het etiket. Als er minder dan 40% pistache in zit en vooral veel suiker en olie, laat het staan. De echte ‘groene goud’ pasta is duur, maar smaakt intens nootachtig en hartig.
- Voor de visliefhebbers: zwaardvis (Pesce Spada) staat overal op de kaart. Vaak gegrild met een simpele dressing van olijfolie en citroen (Salmoriglio). Meer heeft zo’n vis ook niet nodig.
Praktische Tips voor je Rondreis
Een rondreis plannen vergt wat strategie. Het eiland is groter dan je denkt – van Palermo naar Syracuse is al snel drie à vier uur rijden als je de snelweg neemt, en veel langer als je binnendoor gaat.
Rijden en Parkeren
Kies altijd voor een kleine auto. Echt, doe jezelf een lol. De historische centra (centro storico) hebben straatjes die gemaakt zijn voor ezelskarren, niet voor SUV’s. Ik ben ooit met een iets te brede stationwagen vast komen te zitten in een dorpje in de Madonie-bergen. De hele straat liep uit om te helpen sturen (en te lachen). Dat wil je voorkomen.
Let ook op de ZTL-zones (Zona a Traffico Limitato). Rij je daar in zonder vergunning, dan volgt de boete je genadeloos tot op de deurmat in Nederland. Parkeer liever net buiten het centrum en loop een stukje. In steden als Taormina en Syracuse (Ortigia) is parkeren sowieso een nachtmerrie; gebruik de grote parkeergarages aan de rand en pak de shuttlebus.
Het Ritme van de Dag
Vergeet het Nederlandse schema van 12:30 uur lunch en 18:00 uur avondeten. Als je om 18:30 uur een restaurant binnenloopt, zitten alleen de schoonmakers en andere toeristen er. Een beetje restaurant gaat pas om 19:30 of 20:00 uur open, en de locals komen vaak pas na negenen binnendruppelen.
De ‘siësta’ (riposo) is heilig, vooral in het binnenland. Tussen 13:30 en 16:30 uur is gewoon alles dicht. Winkels, tankstations (behalve de automaat), kerken. Dit is geen luiheid, dit is overleven in de brandende hitte. Gebruik die tijd zoals de Sicilianen doen: uitgebreid lunchen en daarna rustig aan doen, of rijd van A naar B terwijl de wegen leeg zijn.
Beste Reistijd
Als het even kan: vermijd augustus. Echt. Het is dan smoorheet (40 graden is geen uitzondering als de Sirocco waait) en heel Italië heeft vakantie, waardoor de stranden afgeladen vol zijn. Mei, juni en september zijn perfect. Zwemwater op temperatuur, zon garantie, maar je smelt niet weg als je een tempel wilt bekijken.
Sicilië is niet voor de perfectionist die wil dat elke trein op tijd rijdt en elk muurtje strak in de verf zit. Het is voor de reiziger die kan genieten van de schoonheid in chaos, die geduld heeft voor een ober die eerst zijn praatje afmaakt voor hij je bestelling opneemt, en die begrijpt dat de beste dingen in het leven – zoals een perfecte cannolo – tijd kosten.
