Vakantie aan het Gardameer: Campings, Dorpjes en Watersport

Laat ik maar meteen met de deur in huis vallen: als je op zoek bent naar een plek waar je geen andere Nederlanders tegenkomt, moet je nu stoppen met lezen en een ticket naar het binnenland van Molise boeken. Het Gardameer is – zeker in juli en augustus – in feite de dertiende provincie van Nederland. Gele kentekenplaten zover het oog reikt. Maar is dat erg? Eerlijk gezegd: nee. Er is een reden waarom we met zijn tienduizenden elk jaar weer die Brennerpas over sjezen. Het meer heeft een aantrekkingskracht die lastig te negeren is, zelfs voor de meest doorgewinterde reiziger die normaal gesproken liever ‘off the beaten track’ gaat.

Ik kom er al sinds ik een klein jongetje was, achterin de auto zonder airco, en tegenwoordig rij ik er zelf met enige regelmaat naartoe. Het Gardameer verveelt nooit, zolang je maar begrijpt dat het meer eigenlijk twee totaal verschillende werelden is. Je hebt het ruige noorden en het ietwat lome, brede zuiden. Kiezen tussen die twee is essentieel voor je vakantieplezier.

Noord vs. Zuid: Een wereld van verschil

Veel mensen gooien alles op één hoop, maar dat is een beginnersfout. De sfeer in Riva del Garda (helemaal in het noorden puntje) is totaal anders dan in Peschiera of Sirmione in het zuiden.

In het noorden zit je letterlijk tussen de bergen. Het meer is daar smal, oogt donkerblauw en heeft soms bijna iets weg van een Noors fjord, maar dan met betere koffie en warmer water. Dit is het terrein van de windsurfers, mountainbikers en mensen die niet stil kunnen zitten. De bergwanden duiken hier steil het water in, wat betekent dat de zon wat eerder achter de bergen verdwijnt, maar het uitzicht is er onverslaanbaar.

Zak je af naar het zuiden, dan wordt het landschap vlakker, het meer breder en de sfeer… tja, wat ’toeristischer’ in de klassieke zin van het woord. Hier vind je de gigantische campings, de pretparken zoals Gardaland en de brede wandelboulevards. Het water is hier vaak wat warmer en ondieper, wat het perfect maakt voor gezinnen met kleine kinderen die nog niet toe zijn aan diepe abgronden.

De beruchte Gardesana (en hoe je niet gek wordt)

Als er één ding is waar ik een haat-liefdeverhouding mee heb, is het de Gardesana. Dat is de weg die rondom het meer loopt. Aan de oostkant (de Orientale) en de westkant (de Occidentale).

Hier is de realiteit: In het hoogseizoen staat het vast. Niet ‘even filerijden’, maar echt muurvast. Zeker het stuk tussen Lazise en Peschiera is op zaterdagmiddag een test voor je huwelijk. Mijn advies? Gebruik de veerboten (Navigarda). Serieus, het kost wat meer, maar je staat op het dek met een briesje in je haren in plaats van dat je naar de bumper van een Duitse caravan zit te staren. Wil je toch rijden? Doe het tijdens de siësta (tussen 13:00 en 15:00) of heel vroeg in de ochtend.

Dorpjes die je echt even moet zien

Je kunt niet naar het Gardameer zonder een paar van de klassiekers te bezoeken. Maar pas op: timing is alles.

  • Sirmione is prachtig, maar ga voor 9 uur ’s ochtends. Het kasteel (Rocca Scaligera) dat zo in het water lijkt te staan is fotogeniek, absoluut. Maar rond het middaguur schuifel je voetje-voor-voetje door de smalle straatjes. Ga vroeg, pak een espresso op het plein, en wees weg voordat de bussen arriveren.
  • Limone sul Garda voor de citroenen (en de fietspaden). Ja, het stikt er van de souvenirwinkels met citroenzeep, citroenlikeur en citroenpasta. Trap er niet in, of nou ja, koop één flesje Limoncello. Wat je hier echt moet doen is het nieuwe ‘zwevende’ fietspad proberen dat een paar jaar geleden is aangelegd. Het hangt letterlijk aan de kliffen boven het water. Spectaculair.
  • Malcesine en de Monte Baldo. Vanuit Malcesine gaat een kabelbaan naar boven, naar de Monte Baldo. Het trucje hier is dat de cabine ronddraait tijdens de rit. Boven heb je uitzicht over het hele meer. Let wel op: boven is het vaak 10 graden koeler dan beneden. Ik heb daar mensen in bikini zien staan bibberen. Neem een trui mee.
  • Salò, de chique tante. Gelegen aan de westkant. Minder campings, meer dure boetiekjes en een prachtige, lange promenade zonder het kermisgevoel dat je soms aan de zuidoostkant hebt. Hier ga je heen om goed te eten, niet voor een snelle pizza slice.

Kamperen: Van basic tentje tot 5-sterren dorp

Nergens in Europa is de ‘camping-industrie’ zo ver doorontwikkeld als langs de oostkant van het Gardameer, ruwweg tussen Lazise en Bardolino. Ik noem het bewust een industrie. Vergeet het romantische beeld van een tentje in het wild. We hebben het hier over dorpen als Bella Italia of Piani di Clodia. Die plekken hebben hun eigen supermarkten, doktersposten, vijf zwembaden en een beveiliging waar Schiphol jaloers op kan zijn.

Mijn ervaring? Als je tieners hebt, is dit fantastisch. Ze verdwijnen na het ontbijt en je ziet ze pas terug als ze honger hebben. Er is altijd wel een voetbaltoernooi of een disco. Zoek je rust? Blijf hier dan ver, heel ver vandaan. Zoek dan liever een Agriturismo iets verder het binnenland in, tussen de wijnranken van Valpolicella of Bardolino. Je zit dan niet direct aan het water, maar je hebt wel een zwembad en stilte. Vaak ben je in 10 minuten rijden alsnog bij het meer.

Glamping is de standaard geworden

Het viel me de laatste jaren op dat de traditionele staanplaatsen steeds meer verdwijnen ten gunste van ‘mobile homes’ met airco en veranda’s. Ze noemen het glamping, ik noem het gewoon een heel klein vakantiehuisje huren voor de hoofdprijs. Maar eerlijk is eerlijk: als het buiten 35 graden is, is die airco in je stacaravan wel lekkerder dan een snikhete tent.

Watersport: De geheime code van de wind

Voor de watersporters onder ons: het Gardameer heeft een gebruiksaanwijzing. Het gaat allemaal om de winden: de Peler en de Ora.

’s Ochtends vroeg, vaak al voor zonsopgang, waait de Peler vanuit het noorden. Dit is de harde, koude wind. Als je rond 8 uur ’s ochtends langs Torbole rijdt, zie je het water al wit schuimen en de die-hard windsurfers vliegen over het water. Rond het middaguur gaat de wind liggen. Het water wordt spiegelglad.

En dan, in de vroege middag, draait het om. De Ora komt opzetten vanuit het zuiden. Deze is vaak wat stabieler en minder vlagerig dan de ochtendwind. Perfect voor zeilers en de iets minder suïcidale surfers. In het zuiden van het meer merk je hier trouwens veel minder van; daar kabbelt het water meestal rustig voort, tenzij er onweer dreigt.

Over onweer gesproken: dat kan hier spoken. Doordat het meer ingeklemd ligt tussen bergen, kan het weer omslaan in tien minuten. Ik heb meegemaakt dat een strakblauwe lucht veranderde in een inktzwarte massa waarbij de parasols letterlijk horizontaal over de camping waaiden. Hou de lucht in de gaten, zeker als je met een huurbootje het meer op gaat.

Eten en Drinken: Meer dan pizza

Je bent in Italië, dus slecht eten is eigenlijk knap lastig, tenzij je echt de toeristenmenu’s met plaatjes van gerechten opzoekt. Een persoonlijke favoriet is de regio rond Bardolino. De wijn daar (rood, maar licht) drinkt weg als limonade. Bezoek een Cantina langs de Strada del Vino. Je kunt er vaak gewoon binnenlopen, een paar euro betalen, en proeven. Ze kijken niet op een glas meer of minder.

Wat je ook moet proberen is de olijfolie uit de regio. Het Gardameer is het meest noordelijke punt in Europa waar olijfbomen nog commercieel groeien, dankzij het microklimaat. De olie is peperduur maar heeft een hele specifieke, peperige smaak die je in de supermarkt in Nederland niet vindt.

Conclusie: Waarom we blijven terugkomen

Is het Gardameer te druk? Ja. Is het soms te duur? Absoluut, 8 euro voor twee ijsjes is geen uitzondering meer in Sirmione. Maar toch. De combinatie van de bergen in het noorden, de palmbomen, het Italiaanse leven en het gemak van erheen rijden (in één dag te doen als je doorzet) maakt het onweerstaanbaar.

Het is zo’n plek waar je, ondanks je voornemen om volgend jaar “echt eens ergens anders heen te gaan”, toch weer naar kijkt als de vakantieplanning begint. Misschien is dat de magie, of misschien is het gewoon de Bardolino-wijn die spreekt. Hoe dan ook, het blijft een topper.