Er is een specifiek geluid dat het begin van de vakantie markeert. Niet de wekker die om 04:00 uur gaat, maar de doffe klap van de kofferbak die eindelijk dichtgaat na een potje Tetris voor gevorderden. De motor start, de navigatie berekent de route, en ineens is daar dat gevoel. Je bent niet overgeleverd aan de grillen van een luchtvaartmaatschappij of een strak transferschema. Jij hebt het stuur in handen.
Ik heb in de loop der jaren duizenden kilometers asfalt versleten, van de strakke Duitse Autobahn tot de grindpaadjes in Toscane waarvan Google Maps zwoer dat het “hoofdwegen” waren. Een autovakantie door Europa is voor mij nog steeds de ultieme manier van reizen, maar laten we eerlijk zijn: het is ook werken. Het is navigeren, anticiperen en soms gewoon domweg hopen dat dat rare lampje op je dashboard weer uitgaat.
De romantiek versus de realiteit van het asfalt
Als je de brochures leest, lijkt een autovakantie enkel te bestaan uit cruisen met een zonnebril op door glooiende landschappen terwijl de kinderen achterin braaf een boekje lezen. De werkelijkheid is weerbarstiger, en eigenlijk ook veel leuker. Want juist in die ongeplande momenten zit de charme.
Het grote voordeel is uiteraard de flexibiliteit. Vind je het ergens leuk? Dan blijf je toch een dag langer? Zie je een bordje naar een onbekend kasteelruïne? Richtingaanwijzer uit en gaan. Dat is de theorie. In de praktijk heb je vaak te maken met de ‘Route du Soleil’ op een zwarte zaterdag of de ring van Antwerpen op een willekeurige dinsdagochtend.
Navigatie is een hulpmiddel, geen bijbel
Ik vertrouw mijn navigatie, maar met mate. Ik heb mensen blindelings een bergpas op zien rijden met een caravan omdat de app zei dat het twee minuten sneller was. Foutje. Vooral in Zuid-Europa, en dan met name in Italië en Griekenland, kennen de algoritmes het verschil niet altijd tussen een geasfalteerde weg en een veredeld geitenpad. Koop gewoon nog zo’n ouderwetse wegenkaart bij het tankstation. Niet om op te rijden, maar voor het overzicht. Het geeft je een besef van waar je bent in het landschap, iets wat je op een klein schermpje totaal mist.
De valkuilen per regio: Waar je écht op moet letten
Elk land in Europa heeft zijn eigen eigenaardigheden als het op autorijden aankomt. En nee, dan heb ik het niet alleen over de maximumsnelheid. Het gaat om de ongeschreven regels en de dure grapjes waar je als toerist zo inloopt.
De ZTL-zones in Italië
Als je naar Italië gaat, prent dit dan in je hoofd: Zona a Traffico Limitato. Ik heb vrienden die maanden na hun heerlijke vakantie in Florence of Pisa ineens post kregen uit Italië. Een envelop met een boete van meer dan honderd euro. Waarom? Ze waren per ongeluk een historisch centrum ingereden waar alleen vergunninghouders mogen komen.
Die camera’s zijn onverbiddelijk. Ze hangen vaak net na het bord, dus als je het bord ziet, is het meestal al te laat om te keren. Mijn advies? Parkeer je auto in Italië altijd buiten de oude stadsmuren of in een grote parkeergarage aan de rand en pak de benenwagen of een bus. Het bespaart je een hoop stress en geld.
Duitsland en de eeuwige ‘Baustelle’
Het idee dat je in Duitsland overal vol gas kunt geven, is al jaren achterhaald. Ja, er zijn stukken waar het mag, maar in de zomermaanden sta je vaker stil voor wegwerkzaamheden dan dat je de 130 aantikt. De Duitsers zijn kampioen in wegonderhoud, en ze doen het liefst alles tegelijkertijd in juli. Houd hier rekening mee in je planning. Een rit van 800 kilometer door Duitsland duurt in de zomer makkelijk twee uur langer dan je GPS in eerste instantie aangeeft.
- Je hebt in veel Duitse steden een Umweltplakette (milieusticker) nodig. Heb je die niet en rijd je een ‘Umweltzone’ in? Boete. Zelfs als je auto schoon genoeg is. Die sticker moet gewoon op de ruit.
- Tankstations langs de Autobahn zijn pure diefstal. Rijd even een dorpje in, vaak maar twee kilometer van de snelweg. De benzine is goedkoper en de schnitzel in het lokale Gasthaus is tien keer beter dan de rubberen zool die je bij de wegrestaurants krijgt.
- Let op bij reddingsstroken (Rettungsgasse). Zodra het verkeer vertraagt tot stapvoets, moet je ruimte maken tussen de linkerbaan en de baan rechts daarvan. Doe je dit niet, dan kijken de Duitsers je (terecht) met de nek aan en de politie schrijft boetes.
Frankrijk en de tolpoortjes-dans
Frankrijk is heerlijk rijden, zolang je maar bereid bent te betalen. De tolwegen (Péage) zijn duur, maar ze schieten wel op. Als je tijd hebt, pak dan de Routes Nationales. Je ziet veel meer van het land, je rijdt door slaperige dorpjes en je bespaart tol. Het kost je wel uren extra reistijd.
Een dingetje over de tolpoortjes: zorg dat je een creditcard bij de hand hebt of, nog beter, schaf zo’n tolbadge aan voor achter je voorruit. Er is niets, maar dan ook niets, zo treurig als in de rij staan voor een poortje waar iemand zijn kleingeld op de grond heeft laten vallen en nu half onder de auto hangt om zijn twee euro terug te vinden.
Je auto voorbereiden (Het saaie maar essentiële stuk)
Kijk, niemand vindt het leuk om banden op te pompen of olie te peilen. Maar sta één keer met stoom onder de motorkap langs de Route du Soleil bij Lyon, en je bent genezen. Een volgeladen auto, dakkoffer erop, airco op standje vrieskist, bergop, 35 graden buiten… dat is topsport voor je motor.
Veel mensen vergeten dat hun bandenspanning aangepast moet worden aan de belading. Die vier personen plus bagage en die tent achterin wegen samen zo 400 kilo. Pomp die banden harder op. Het scheelt brandstof en, nog belangrijker, het voorkomt klapbanden. Een zachte band wordt veel heter door de wrijving.
De papierwinkel en verplichte items
Het is een wirwar van regels in Europa als het gaat om wat je in de auto moet hebben liggen. Vroeger was het simpel: gevarendriehoek. Nu is het een hele checklist.
- In Spanje moet je, als je een bril draagt, officieel een reservebril bij je hebben. Of ze er ooit op controleren? Zelden. Maar als je die ene agent treft die zijn dag niet heeft, ben je de klos.
- Reflectievestjes: zorg dat ze binnen handbereik liggen, niet begraven onder de koffers in de achterbak. In sommige landen, zoals Oostenrijk, moet je het vestje namelijk al aanhebben voordat je uitstapt bij pech.
- Zwitserland en Oostenrijk vereisen een tolvignet. Plak die dingen precies waar ze moeten zitten (vaak linksboven of onder de binnenspiegel). Ik heb mensen gezien die het vignet met plakband vastmaakten “zodat ze hem later nog eens konden gebruiken”. Slecht idee. De boetes zijn torenhoog en ze zien het meteen.
- Over Frankrijk en die alcoholtesters: de verplichting staat nog ergens in de wet, maar er staat geen boete meer op als je ze niet hebt. Laat je dus niets aansmeren bij de grens, tenzij je het zelf prettig vindt.
Overleven op de achterbank
Als je reist met kinderen, of zelfs met vrienden die snel verveeld raken, is de dynamiek in de auto cruciaal. Vroeger telden we nummerplaten of speelden we ‘ik zie ik zie wat jij niet ziet’. Tegenwoordig zijn er tablets. Eerlijk? Ik ben voorstander van een mix. Laat die schermen maar even uit als je door de Alpen rijdt. “Kijk naar buiten” klinkt als iets wat je vader zou zeggen (en dat deed hij waarschijnlijk ook), maar je rijdt door enkele van de mooiste landschappen ter wereld. Het is zonde als ze dat missen omdat ze naar een tekenfilm zitten te staren.
Zorg daarnaast voor een koelbox die bereikbaar is. Er is niets frustrerender dan dorst hebben en weten dat het water onderin de kofferbak ligt, onder de campingstoelen en de luchtbedden. Pak strategisch in. De spullen die je tijdens de rit nodig hebt, moeten bovenop of bij de voeten liggen.
Het kostenplaatje: Is rijden nog wel goedkoper?
Vroeger was de auto per definitie de goedkope optie. Met de huidige brandstofprijzen en de toltarieven die elk jaar stijgen, is dat niet meer vanzelfsprekend. Als je met z’n tweeën naar Zuid-Spanje rijdt, ben je aan tol en brandstof waarschijnlijk meer kwijt dan aan twee vliegtickets. Maar daar gaat het niet om.
Je betaalt voor de vrijheid. Je betaalt voor de mogelijkheid om vier kratten wijn mee terug te nemen uit de Bourgogne (probeer dat maar eens als handbagage mee te krijgen). Je betaalt om niet in een rij te hoeven staan op Schiphol. Reken van tevoren globaal uit wat je kwijt bent, maar pin je er niet op vast. Vakantie is ook: niet zeuren over die dure tankbeurt langs de snelweg als je tank bijna leeg is. Stress kost ook energie.
Tot slot: Geniet van de tussenstop
Mijn belangrijkste advies na al die jaren: maak van de reis onderdeel van de vakantie. De grootste fout die mensen maken is proberen om in één ruk 1200 kilometer te rijden. Je komt gesloopt aan, je hebt ruzie met je partner en je rug zit vast. Boek een hotelletje halverwege. Eet in een lokaal dorpje in de Elzas of net over de grens in Oostenrijk. Dan begint je vakantie zodra je de voordeur dichttrekt, en niet pas als je op de bestemming bent.
