De Algarve: Goudgele Rotsen en Zonvakanties

Laat ik maar meteen met de deur in huis vallen: als je denkt dat de Algarve alleen maar bestaat uit dronken Engelsen in Albufeira en overvolle stranden in augustus, dan heb je het mis. Oké, ten dele mis. Want ja, die “Strip” in Albufeira bestaat en is precies zo hectisch als je verwacht. Maar rijd twintig minuten naar het westen of oosten, en je waant je in een compleet andere wereld. Ik kom er nu al jaren, soms met een camper, soms gewoon vlug met een huurauto vanaf Faro, en elke keer verbaas ik me weer over de contrasten.

De Algarve is eigenlijk niet één regio, maar een lappendeken van microklimaatjes, surfersvibes en ingeslapen vissersdorpjes waar de tijd stilstaat. Het ruikt er naar zout, gegrilde vis en – als je het binnenland inrijdt – naar eucalyptus die ligt te bakken in de zon. Hier lees je geen standaard promopraatje, maar mijn ongezouten mening en ervaringen over de zuidkust van Portugal.

Westelijk van Faro: De ruige rotsen en surfbaaien

De meeste reisgidsen gooien alles ten westen van Faro op één hoop, maar er zit een enorm verschil tussen de “centrale” Algarve (Vilamoura, Albufeira) en de “echte” westkust richting Sagres.

Als je van die iconische, goudgele rotsformaties houdt die bij zonsondergang bijna oranje oplichten, moet je rondom Lagos en Carvoeiro zijn. Ik herinner me een middag bij Ponta da Piedade. Ja, het is toeristisch. Er staan bussen vol mensen. Maar loop even brutaal langs de gebaande paden naar beneden (wel uitkijken waar je je voeten neerzet) en het uitzicht is werkelijk onovertroffen. Het water is er zo helderblauw dat het bijna nep lijkt.

Ga je nog verder naar het westen, richting Sagres en Vila do Bispo, dan verandert alles. De temperatuur duikt vaak een paar graden omlaag en de wind trekt aan. Dit is geen plek voor mensen die rustig op een luchtbedje willen dobberen; hier beuken de golven van de Atlantische Oceaan op de klippen.

  • Voor surfers is dit het paradijs. Vooral stranden als Praia do Amado zijn legendarisch. Je hebt hier geen dure beachclubs, maar wel busjes waar je voor een paar euro een prima espresso of tosti haalt.
  • Vergis je niet in de watertemperatuur. Zelfs in juli en augustus is de zee hier fris. Zeg maar gerust: koud. Een wetsuit is geen luxe, het is noodzaak als je langer dan tien minuten in het water wilt liggen.
  • Kaap Sint-Vincentius (Cabo de São Vicente) wordt vaak het “einde van de wereld” genoemd. Tip: ga niet midden op de dag. Ga net voor zonsondergang. Neem een trui mee, want het waait daar altijd, en zie hoe de zon in de zee zakt terwijl je een warme hotdog eet van de “Letzte Bratwurst vor Amerika” kraam die er vaak staat.

Het Oosten: Tavira en de Zandbanken

Vreemd genoeg slaan veel Nederlanders het stuk ten oosten van Faro over. Zonde. Het landschap is hier vlakker, de kliffen maken plaats voor lagunes en de sfeer is veel Portugeser. Minder neonlampen, meer tegeltjes (azulejos).

Tavira is mijn persoonlijke favoriet als ik even geen zin heb in gedoe. Het stadje ligt aan de rivier de Gilão en voelt authentiek aan. Geen hoogbouw hotels die het uitzicht verpesten, maar oude bruggetjes en pleintjes waar opa’s domino spelen. Het strand ligt hier niet direct aan de stad; je moet met een pontje of treintje dwars door het natuurgebied Ria Formosa naar de zandeilanden.

Wat me hier altijd opvalt, is de temperatuur van het zeewater. Omdat de zandbanken ondiep zijn en het water wat meer stroomt door de lagunes, voelt het in plaatsen als Manta Rota of Monte Gordo in de zomer net een paar graden warmer aan dan in het westen. Perfect voor gezinnen met kleine kinderen die niet direct omver gebeukt willen worden door een golf.

Eten en drinken: Meer dan alleen Piri-Piri

Natuurlijk, je kunt niet naar de Algarve gaan zonder ergens in Guia kip piri-piri te eten. Het is een cliché, maar die kleine, pittige kippetjes van de houtskoolgrill zijn simpelweg briljant. Toch zou ik je aanraden om verder te kijken dan de kip en de friet.

Als je durft, bestel dan eens percebes (eendenmosselen). Ze zien eruit als prehistorische vingers of klauwen – echt, het ziet er niet uit – maar de smaak is puur zee. Je moet ze even leren pellen (draaien en trekken, pas op voor spetters!), maar met een koud glas vinho verde erbij is er weinig beteters.

Kosten en valkuilen

Portugal is niet meer zo spotgoedkoop als tien jaar geleden, maar vergeleken met Nederland of Frankrijk lach je je nog steeds rot, mits je de juiste plekken kiest.

  • Vermijd de restaurants waar de menukaart in zes talen inclusief plaatjes buiten staat. Daar betaal je 25 euro voor een matige vis. Loop twee straten naar achteren, zoek een zaak met tl-licht en papieren tafelkleedjes, en je eet waarschijnlijk de beste gegrilde sardines van je leven voor een tientje.
  • De ‘couvert’ is niet gratis. Dat brood, die olijven en dat kaasje die ze ongevraagd op tafel zetten? Als je ervan eet, betaal je ervoor. Meestal maar een paar euro, maar Nederlanders voelen zich soms bekocht als ze de rekening zien. Wil je het niet, stuur het dan gewoon onaangeroerd terug of zeg even “nee”.
  • Koffie aan de bar is spotgoedkoop. Een ‘bica’ (espresso) kost in een lokaal tentje vaak nog geen 80 cent. Ga je op een terras in Vilamoura zitten, dan betaal je het viervoudige.

Overwinteren en Camperen: De nieuwe realiteit

De Algarve is mateloos populair bij camperaars. Vroeger kon je je busje praktisch overal parkeren, klapstoeltje uitklappen en klaar. Die tijden zijn voorbij. De GNR (Portugese politie) treedt de laatste jaren streng op tegen wildkamperen aan de kust. De boetes zijn niet mals en je wordt midden in de nacht weggestuurd. Ik heb het zelf zien gebeuren op parkeerplaatsen bij Praia da Marinha; boze agenten, boetes en gedoe.

Wil je vrij staan? Trek het binnenland in. Rondom de stuwmeren of in de bergen bij Monchique zijn ze vaak makkelijker, en het uitzicht is er minstens zo mooi. Er zijn tegenwoordig ook veel legale camperplaatsen (ASA’s) die betaalbaar zijn. Het is even wennen voor de die-hard vrijkampeerders, maar het voorkomt een hoop stress.

Praktische tips voor autohuur en wegen

Als je vliegt op Faro, is een huurauto bijna onmisbaar. Het openbaar vervoer is er wel, maar bussen rijden onregelmatig en treinen komen niet bij de stranden. Een ding waar iedereen zich op verkijkt: de tolwegen.

De hoofdweg A22 (de Via do Infante) heeft geen tolpoortjes waar je cash kunt betalen. Het werkt volledig elektronisch met camera’s. Veel verhuurbedrijven vragen of je een “transponder” of tolkastje erbij wilt huren voor een paar euro per dag. Mijn advies: doe het gewoon.

  • Zonder kastje moet je namelijk achteraf bij een postkantoor (CTT) gaan betalen, maar dat kan pas na 48 uur en binnen 5 dagen. Als je alweer in het vliegtuig naar huis zit, is dat onmogelijk te regelen.
  • De boetes die ze nasturen zijn bureaucratisch en hoog. Voor die twee tientjes extra huurkosten voor zo’n kastje bespaar je jezelf een hoop administratieve ellende.
  • De N125 is de gratis weg die parallel loopt. Prima voor korte stukjes, maar in de zomer is het één lange file van rotonde naar rotonde. Als je van Lagos naar Faro moet, pak dan gewoon de A22, tenzij je zeeën van tijd hebt.

Wanneer moet je gaan?

Eerlijk? Augustus vermijden als het kan. Het is dan echt heet (soms tikt het de 35-40 graden aan in het binnenland), de stranden liggen handdoek-aan-handdoek en de prijzen voor accommodaties schieten door het dak. September en oktober zijn wat mij betreft de gouden maanden. De zee is opgewarmd door de lange zomer, de grote hordes toeristen zijn weg en de avonden zijn nog zwoel genoeg om buiten te eten.

Ook het voorjaar (april/mei) is prachtig omdat alles dan in bloei staat, al kan het weer dan nog wel eens wispelturig zijn. Ik heb in mei wel eens een week regen gehad, maar ook weken dat we elke dag op het strand lagen. Het blijft een gokje, maar wel een met een hoge winkans.

De Algarve is meer dan alleen een bestemming; het is een gevoel. Het gevoel van een koude Sagres (bier, geen stad) in je hand na een dag zout en zand, terwijl je uitkijkt over een kustlijn die al miljoenen jaren strijdt tegen de oceaan. Of je nu gaat voor de luxe resorts in Quinta do Lago of met een backpack de Rota Vicentina gaat lopen: je komt waarschijnlijk terug. Dat doe ik namelijk ook steeds weer.