Laat ik meteen met de deur in huis vallen: als je op zoek bent naar die perfecte, bijna onrealistisch blauwe zee die je op bureaubladachtergronden ziet, dan zit je op Curaçao niet verkeerd. Ik kom er nu al een jaar of tien en elke keer als ik die eerste duik neem bij Westpunt, denk ik weer: “Ja, dit is het.”
Maar… niet elk strand is een paradijsje. Sommige plekken zijn overhyped, andere zijn stiekem betonnen bakken met zand eroverheen gestort (ik kijk naar jou, Mambo), en weer andere zijn lastig te vinden als je de gaten in de weg niet weet te ontwijken. In dit artikel neem ik je mee langs de plekken die er écht toe doen. Geen gelikte marketingpraatjes, maar gewoon hoe het is.
Westpunt: Het echte Curaçao
Vergeet even de drukte rondom Willemstad. Als je een huurauto hebt – en geloof me, zonder auto ben je nergens op dit eiland – rijd dan direct naar het westen. Hier vind je de baaien die je op de ansichtkaarten ziet. Het landschap wordt hier wat ruiger, de cactussen hoger en de wegen… nou ja, laten we zeggen dat het avontuurlijk kan zijn.
Grote Knip (Kenepa Grandi)
Dit is de klassieker. Als je hier boven op het plateau staat en naar beneden kijkt, lijkt het water wel ingekleurd met een markeerstift. Zo felblauw. Het mooie aan Grote Knip is dat het nog steeds erg lokaal voelt, vooral in het weekend.
Wat je moet weten voor je hierheen rijdt:
- In het weekend stikt het hier (gezellig) van de lokale families die aan het barbecueën zijn. De geur van gegrilde kip en harde muziek hoort er dan bij. Zoek je rust? Ga op dinsdagochtend.
- De toegang is gratis, maar voor een ligbedje betaal je wel. Zorg dat je contant geld (Guldens of Dollars) bij je hebt, want pinnen is hier vaak een utopie.
- Voor de waaghalzen: er is een punt op de rotsen waar je vanaf kunt springen. Het ziet er hoger uit dan het is, maar check altijd even of er niemand onder je zwemt.
Kleine Knip (Kenepa Chiki)
Het kleine broertje, letterlijk om de hoek. Ik vind deze persoonlijk vaak relaxter dan Grote Knip. Het is intiemer. Er zijn minder faciliteiten, wat de grote toeristenbussen vaak weghoudt. Neem wel je eigen koelbox mee met Polar biertjes en water, want de voorzieningen zijn hier minimaal. Het snorkelen langs de rotswanden is hier trouwens verrassend goed; ik ben hier meer dan eens een schildpad tegengekomen die rustig langs de kant graasde.
De comfortabele ‘Full Service’ stranden
Soms heb je geen zin om met een koelbox te slepen en wil je gewoon een fatsoenlijk toilet, een douche en bediening aan je strandbedje. Dan kom je al snel uit bij de betaalde stranden. Ja, het kost wat, maar je krijgt er ook wat voor terug.
Cas Abao
Vaak genoemd in lijstjes van ‘mooiste stranden ter wereld’ en eerlijk is eerlijk: ze maken het waar. Het zand is hier witter dan wit en er zijn palmbomen voor natuurlijke schaduw (wat schaarser is dan je denkt op Curaçao).
Mijn ervaring hier is wel dat je vroeg moet zijn. En met vroeg bedoel ik: voor 10:00 uur. Anders lig je op de achterste rij of is er simpelweg geen bedje meer te krijgen. De ‘Daiquiri bar’ is gevaarlijk lekker, maar let op de prijzen; een dagje Cas Abao tikt qua budget best aan als je met een gezin bent.
Porto Marie
Dit strand staat bekend om twee dingen: het dubbele rif (ideaal voor duikers en snorkelaars) en de varkens. Ja, varkens. Willy en Woody, al weet ik niet of het nog steeds dezelfde varkens zijn als een paar jaar geleden, lopen hier vaak rond door de modderpoel bij de parkeerplaats en soms over het strand.
Het unieke aan Porto Marie is de steiger die ver het water in loopt. Vanaf hier spring je direct het diepe in. Het restaurant hier is trouwens prima; niks culinair hoogstaands, maar een goede saté met friet na een ochtend zwemmen gaat er altijd in.
Mambo Beach & Jan Thiel: De feestgangers
Hier zijn de meningen over verdeeld. You love it or you hate it.
Jan Thiel Baai is eigenlijk een groot, aangelegd plateau. Je loopt niet zozeer ‘het strand op’, je loopt een soort openluchtclub binnen waar toevallig ook zand ligt en water is. Het is dé plek waar veel Nederlanders verblijven (hallo Albert Heijn om de hoek). Zoek je gezelligheid, happy hours bij Zanzibar en wil je zaterdagavond feesten? Dan is dit je plek. Zoek je ongerepte natuur? Blijf hier weg.
Mambo Beach Boulevard (Sea Aquarium Beach) is vergelijkbaar, maar dan nog commerciëler. Het is een strook met winkels en beach clubs. Voor gezinnen met jonge kinderen is het water hier echter ideaal: door de aangelegde rotsbrekers is de zee hier zo kalm als een zwembad. Je kunt je kinderen hier vrij veilig laten poedelen zonder dat ze door een golf worden omvergekegeld.
Klein Curaçao: Is het de boottrip waard?
Iedereen heeft het erover: een dagtrip naar Klein Curaçao. Het onbewoonde eilandje voor de kust. Laat me je even voorbereiden op de realiteit.
De boottocht erheen is hels als je geen zeemansbenen hebt. Je vaart tegen de golven in, de ‘wild side’ op. Ik heb boten gezien waar de helft van de passagiers groen en geel boven de railing hing. Duurt ongeveer anderhalf uur.
Maar dan… kom je aan.
Het water bij Klein Curaçao is van een andere categorie. Turkoois is een understatement. Je zwemt hier vrijwel gegarandeerd met zeeschildpadden (raak ze niet aan, alsjeblieft). Het eiland zelf is een dorre vlakte met een vervallen vuurtoren en een scheepswrak, wat ontzettend fotogeniek is.
Mijn advies: boek de trip met een catamaran (zoals BlueFinn of vergelijkbaar). Die zijn stabieler en als je terugzeilt met de wind in de rug, muziekje erbij en een drankje in je hand, ben je die misselijke heenweg binnen vijf minuten vergeten.
Pareltjes voor de fijnproevers
Er zijn nog een paar stranden die vaak overgeslagen worden door de grote massa, maar zeker de moeite waard zijn:
- Playa Lagun: Een smalle baai tussen hoge kliffen. Hier liggen vaak vissersbootjes en het voelt heel authentiek. De leguanen lopen hier soms letterlijk tussen de handdoeken door. Geen zorgen, ze doen niks zolang je je broodje kaas niet onbeheerd achterlaat.
- Kokomo Beach: Bekend van die schommel in het water. Het strand is wat rotsachtiger (neem waterschoenen mee!), maar de sfeer bij de beach bar is heel relaxt en de zonsondergang is hier fenomenaal.
- Daaibooi: Een favoriet onder locals. Geen poespas, gewoon een fijne baai, simpele friettent en ondiep water. Hier proef je de sfeer van hoe Curaçao vroeger was.
Praktische tips om je niet te vergissen
Voordat je je koffer pakt, zijn hier nog een paar dingen die ik proefondervindelijk heb geleerd en die je vakantie een stuk aangenamer maken.
Ten eerste: de zon is hier agressief. Ik bedoel niet “smeer je even in”-agressief, maar “factor 50 en dragen van een UV-shirt”-agressief. Vooral tussen 12:00 en 15:00 uur verbrand je levend. Ik zie elke keer weer vuurrode toeristen die hun eerste dag hebben onderschat.
Ten tweede: pas op je spullen. Het klinkt vervelend, maar auto-inbraken komen voor, zeker op de afgelegen parkeerplaatsjes bij het westen. Laat echt niets in je auto liggen. Geen zonnebril, geen kleingeld, en laat bij voorkeur het dashboardkastje open zodat ze zien dat er niks te halen valt.
Tot slot, koraal is scherp. En stenen ook. Waterschoenen zijn absoluut geen overbodige luxe op stranden als Playa Grandi of Kokomo. Het ziet er misschien niet charmant uit, maar een ontstoken snee in je voet op dag twee is nog veel minder charmant.
Curaçao draait om relaxen. Maak geen strakke planning. Rijd naar het westen, stop waar je zin hebt, drink een Batido bij een kraampje langs de weg en geniet van dat water. Bon Bini!
